OHIO, the Buckeye State

Overzicht en geschiedenis

Ohio : bezienswaardigheden
andere staten

~ ~ ~ ~

OVERZICHT

OHIO is tevens gekend als the Buckeye State, naar de Buckeye bomen die vroeger het landschap sierden, en Mother of Modern Presidents, omdat niet minder dan zes presidenten in Ohio geboren werden. De naam Ohio komt van een Iroquois woord, dat grote of mooie rivier betekent. In 1803 trad Ohio als 17de staat toe tot de US. De hoofdstad en grootste stad is Columbus, maar de grootste metropool is Cleveland.

De oppervlakte bedraagt ca. 116.000 km2, en bebossing bedraagt 30 %. Origineel bedroeg dit 95 %, maar bijna heel de oppervlakte werd gekapt voor de landbouw. De bevolking bedraagt ca. 11 miljoen inwoners, met een bevolkingsdichtheid van 107 per km2. Vroeger waren er veel grote dieren, zoals de bizon, eland, zwarte beer, wolf en cougar, maar deze zijn allen uitgeroeid. Wel zijn er nog heel wat slangen...

Ohio is door zijn natuurlijke rijkdommen voornamelijk een landbouwstaat. De staat is de grootste producent van eieren in de US, en staat derde in industriële productie, na California en Texas. Hij is tevens één van de grootste producenten van rubber (autobanden rond Akron), en plastic.

In Ohio zijn er veel interessante bezienswaardigheden te vinden. Lake Erie is het meest bekende en grootste meer, en de staat heeft de grootste Amish Community in de US. Er zijn drie enorme pretparken. Six Flags in Aurora bij Cleveland, Cedar Point, met de hoogste en snelste Roller Coaster ter wereld - zo'n 150 km/uur..., en Kings Island Paramount, bij Cincinnatti, met niet minder dan dertien Roller Coasters, waaronder de langste Roller Coaster ter wereld ! Verder zijn er veel scenic railroads en scenic drives, Arboretums en bloemparken, the German Village, de traditionele Flea Markets, historische sites, en natuurlijk de onvermijdelijke shopping en antiek...

map van Ohio

~ ~ ~ ~

GESCHIEDENIS

Voorgeschiedenis

*** Lees meer over Pre-historische Amerikaans-Indiaanse Culturen ***

Origineel was Ohio bevolkt met Indiaanse stammen zoals de Fort Ancient en Sandusky Indianen. Rond 1650 verdreven echter de machtige Iroquois zowat alle andere Indianen uit Ohio. Rond 1700 immigreerden andere stammen, die door de blanken of door andere stammen verdreven werden uit het oosten, zoals de Wyandot, Ottawa, Mingo, Delaware, Shawnee en Miami.

Franse kaarten uit 1640 tonen reeds de juiste plaats van Lake Erie, maar in 1669 werd het gebied officieel verkend door de Franse ontdekkingsreiziger Adrien Jolliet, even later gevolgd door René-Robert Cavelier, sieur de La Salle.

De Fransen bouwden forten, en controleerden weldra heel de regio van de Great Lakes, Mississippi en West Ohio, in samenwerking met de lokale Indianen. De Engelsen rukten nochtans op vanuit New York, Pennsylvania en Virginia.

De Irokese Federatie speelde zeer behendig de Fransen en de Engelsen tegen elkaar uit tijdens opeenvolgende conflicten, wat hen toeliet ze beiden uit de strategische Ohio Vallei te houden. Tussen 1689 en 1763 werd de economische rivaliteit over de uiterst lucratieve pelshandel de aanleiding tot een serie oorlogen tussen Frankrijk en Groot-Brittannië, die uitmondde in de French and Indian War (1754-1763), die in Europa werd uitgevochten als de Zevenjarige Oorlog (1756-1763). In 1763 gaf Frankrijk zich over, en met het Verdrag van Parijs stond het al zijn gebieden ten oosten van de Mississippi af aan Groot-Brittannië.

Net zoals de Fransen, waren de Britten meer geïnteresseerd in de pelshandel dan in land. Nochtans verkozen de lokale Indianen handel te drijven met de Fransen, aangezien de Britten niet al te eerlijk waren, en er steeds meer Engelse kolonisten opdaagden en hen van hun grondgebied verdreven. De Britten stonden klaar om zegevierend hun gebieden in te nemen, toen de Ottawa chief Pontiac een Indiaanse confederatie oprichtte, met bijna alle stammen tussen Lake Superior en de Golf van Mexico. Elke stam moest een nabijgelegen fort aanvallen, en Pontiac zelf nam Detroit voor zijn rekening. De Indianen slaagden er in alle Britse forten te overmeesteren, behalve Niagara, Pitt, Ligonier en Detroit. De Fransen trokken hun hulp echter in, en in 1766 tekende Pontiac uitgeput een vredesverdrag.

In 1775 brak de Amerikaanse revolutie (1775-1783) tegen de Britten uit, en weerom wedden de Indianen op het verkeerde paard, en kwamen eigenlijk hun verdrag met de Britten strikt na. Maar de Amerikanen wonnen, en Groot-Brittannië stond Ohio, Indiana, Illinois, Michigan, Wisconsin en het oostelijk deel van Minnesota af. In 1787 organiseerde het Amerikaans Congres deze gebieden als the Northwest Territory. Slavernij werd er verboden, immigratie werd aangemoedigd, en vele nieuwe kolonisten stroomden toe. De lokale Indianenstammen geraakten gaandeweg al hun gronden kwijt, en konden niet anders dan opnieuw in opstand te komen. De eerste gevechten verliepen wel in hun voordeel, maar in 1794 werden ze definitief verslagen. Om zeker te zijn dat ze deze maal wel degelijk dood bleven, verbrandden de Amerikanen gewoonweg alle Indiaanse dorpen en velden... Zo geraakten de Indianen zowat heel hun gebied kwijt aan nieuwe immigranten, meestal uit Virginia.

Aangezien de regio een grote welvaart kende, eisten zowel Virginia als Connecticut grote gebieden in Ohio op, zogezegd aan hen toegekend volgens hun originele Engelse charter. Dat het gebied zelfs niet meer onder de Britse wetgeving viel, was slechts een onbelangrijk detail voor de politiekers...

In 1795 verkocht de staat een grote oppervlakte van het Northwest territory aan 35 speculanten, the Connecticut Land Company, die prompt een kolonie stichtte in Cleaveland. De eigenaar van de toenmalige grootste krant vond deze naam juist één letter te lang om op zijn voorpagina te passen, en veranderde die dan maar in Cleveland... En zo bleef het !...

Staat

In 1800 werd het Northwest Territory opgedeeld in het nieuwe Northwest Territory (Ohio), en het Indiana Territory. In 1803 trad Ohio als 17de staat toe tot de Verenigde Staten.

Intussen werden de lokale Indianenstammen verder verdreven van hun landen, tot de Shawnee chief Tecumseh alle stammen verenigde en, met Britse hulp, de Amerikanen stevig op hun donder gaf. De Britten waren immers nog steeds verbitterd, omdat ze deze gebeiden verloren hadden (zonder natuurlijk aan hun eigen geschiedenis met de Fransen en de Indianen te denken...), en ze bleven de Indianen verder opstoken vanuit hun Canadese bases.

In 1811 bleek echter dat de Indianen opnieuw op het verkeerde paard hadden gewed, en hun kansen keerden. In 1812 werd Tecumseh definitief verslagen, en waren de Indianen meteen al hun land kwijt.

Na een totaal misplaatste Britse arrogantie tegen de Amerikaanse handelsvloot, verklaarden de Amerikanen opnieuw de oorlog aan de Britten (1812-1815). Vele kolonisten betaalden dit met hun leven, maar ook deze oorlog was weeral een buitenkansje voor de industriële baronnen, die hun financieel imperium verder uitbouwden. Zelfs een kleine oorlog brengt grote winsten mee...

De opsplitsing van het Northwest Territory in staten ging niet zonder slag of stoot, en het leidde tot een ernstig grensgeschil tussen Ohio en Michigan. Een bijna onbekend, maar historisch feit is dat deze twee staten zelfs een mini-oorlog uitvochten, de Toledo Oorlog van 1835-1836 ! Beiden maakten aanspraak op toegang tot Lake Erie en Toledo, en in 1835 stonden hun legers er oog in oog. Het Congres kwam op de proppen met een typisch Belgisch compromis, waarbij Toledo naar Ohio ging, en het bovenste schiereiland werd afgenomen van het Territory of Wisconsin, en naar Michigan ging...

Tegen 1850 was Ohio de meest welvarende landbouw-staat van de US.

De Amerikaanse burgeroorlog (1861 - 1865): slavernij - burgeroorlog - heropbouw

De Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865) bracht, naast 600.000 doden, ook fenomenale winsten voor de industriële baronnen, en een ongeziene ontwikkeling van de staal- en olie-industrie.

In 1870 startte John D. Rockefeller zijn Standard Oil Company of Ohio in Cleveland, en op tien jaar tijd controleerde hij meer dan negentig procent van alle raffinaderijen in de US ! In hetzelfde jaar begon Benjamin Goodrich rubber te vervaardigen in Akron, en met de ontluikende automarkt verdiende hij fortuinen.

De industriële baronnen werden zodanig machtig, dat ze niet minder dan zeven presidenten op de troon zetten, die nadien natuurlijk zeer welwillend hun belangen verdedigden. Corruptie, omkoperijen, en frauduleuze verkiezingen waren schering en inslag. In 1911 begon nochtans het tij te keren, toen Rockefeller's Standard Oil werd opgesplitst in verschillende entiteiten, door aan antitrust besluit van het Supreme Court. Deze beslissing luidde de doodsklok in voor de absolute macht van de industriële keizerrijken. Dit wil echter niet zeggen dat hun invloed of hun financiële steun voor lokale politiekers verminderde...

Na Wereldoorlog I (1914-1918) kreeg Ohio een stevige opdoffer, zeker na de verkiezing van president Harding, die verwikkeld was in verregaande corruptie, en wiens administratie nadien gekend bleef als the Ohio Gang. Als reactie hierop, werden de vakbonden ferme politieke spelers, en de administratie werd op slag heiliger dan de Paus...

Om de steun van het grote publiek te bekomen, stonden beiden in 1920 dan ook hard te duwen om de onzalige Prohibition wet of Volstead Act te laten stemmen, die heel Amerika moest "droog" leggen. Deze puur politieke zet bleek de aanzet te zijn voor tot nieuwe keizerrijken van drank-barons en de Maffia, met als toemaatje misdaad en prostitutie ! Het duurde tot 1933 of dertien jaar, eer de politiekers eindelijk toegaven dat ze een bok van formaat hadden geschoten, en deze wet weer ophieven... Tussendoor hadden natuurlijk velen van hen duchtig misbruik gemaakt van de bijgaande corruptie...

De Grote Depressie (1929 - 1939) werd "gelukkig" gevolgd door Wereldoorlog II, die opnieuw woekerwinsten mogelijk maakte voor de industie, en opnieuw Ohio omtoverde tot de derde rijkste staat van de US. De productie van ijzer, staal, rubber, vliegtuigen, schepen, jeeps en andere militaire voertuigen gaf weer vleugels aan de industrie, tot ver in de jaren 1960. Nochtans werd geen cent van deze fortuinen uitgegeven aan onderhoud van de industriële apparaten, of aan ontwikkeling van een nieuwe technologie...

Gedurende de jaren 1970 vormden het stokoude machinepark, samen met de super-machtige maar ontoegeeflijke vakbonden, de grondslag voor een complete industriële teloorgang tot in de jaren 1980. Toen meer en meer jobs verloren gingen ten voordele van de zuidelijke Sun Belt, werd Ohio de Rust Belt van het noorden genoemd...

Maar niets is zo goed als een oorlogje om dat te genezen ! De Vietnam oorlog, officieel nooit meer dan een "Police Action" genoemd, zorgde er voor dat weer fortuinen konden verdiend worden, en in 1990 stond Ohio terug mee aan de top. Nochtans kan men in de meer recente geschiedschrijving geen namen meer vinden van de gelukkige nieuwe miljonairs of miljardairs. Deze zijn blijkbaar wel wat voorzichtiger geworden, en zeker veel meer discreet...

~ ~ ~ ~