NEBRASKA, the Cornhusker State

Overzicht en geschiedenis

Nebraska : bezienswaardigheden
andere staten

~ ~ ~ ~

OVERZICHT

NEBRASKA is ook gekend als the Cornhusker State, naar zijn voornaamste landbouwproduct : maïs. De naam Nebraska komt van het Oto woord Nebrathka voor de voornaamste rivier, de Platte rivier, wat betekent vlak water. In 1867 trad Nebraska als 37ste staat toe tot de US. De hoofdstad is Lincoln, en de grootste stad is Omaha. Nebraska telt ca. 1,7 miljoen inwoners, met een dichtheid van 9 per km2. Meer dan de helft van deze bevolking woont in Omaha en Lincoln.

De oppervlakte bedraagt ca. 200.000 km2, en de bebossing bedraagt slechts 2%. De rest was origineel bedekt met gras. De löss-grond is zowat de meest vruchtbare ter wereld, waardoor 95% van de oppervlakte gebruikt wordt voor landbouw. De economie is gebaseerd op landbouw, met vooral maïs voor veevoeder en graan.

De Platte rivier vloeit doorheen de staat en mondt uit in de Missouri rivier. De irrigatie geschiedt doorgaans met een center pivot irrigatie systeem, een verplaatsbare 400 m lange waterpijp met sprinklers en op wielen, waarvan men er in Nebraska méér vindt dan in enige andere staat. Voor irrigatie wordt vooral gebruik gemaakt van de enorme reserves aan grondwater.

Het dierenbestand omvatte vooral bizons (rond 1880 waren deze uitgeroeid), herten, coyote's, bevers en prairie dog. De temperaturen zijn deze van een landklimaat, met schommelingen van -20° in de winter tot +38° in de zomer. Sneeuwblizzards en zware hagel- en regenstormen zijn gebruikelijk.

Halverwege tussen de Atlantische en Stille oceaan gelegen, is Nebraska een land van overgang. De eerste landclaim onder de Homestead Act van 1862 geschiedde in Nebraska, en Omaha was de oostelijke terminus van de eerste transcontinentale spoorweg. Bezienswaardigheden zijn Buffalo Bill's ranch in North Platte, en vele rodeo's.

map van Nebraska

~ ~ ~ ~

GESCHIEDENIS

Voorgeschiedenis

*** Lees meer over Pre-historische Amerikaans-Indiaanse Culturen ***

De eerste bewoners in Nebraska verschenen meer dan 10.000 jaar geleden. Rond 400 woonde er stammen die landbouw bedreven, maar er zijn slechts weinig overblijfselen van gevonden. Rond 1500 bewoonden vooral de Pawnee de staat. Ze waren landbouwers en jagers, hadden vele paarden en waren zeer mobiel. Ook verscheidene Sioux stammen woonden er, met de Oto, Iowa, Missouria, Omaha, Ponca en Teton Sioux. In het westen woonden de Cheyenne, Arapaho, Comanche en Kiowa, die jagers waren en regelmatig in de clinch gingen met de Pawnee.

In 1541 verkende de Spaanse Francisco Vásquez de Coronado Kansas en eiste hij ook Nebraska op voor Spanje, alhoewel er geen nederzettingen gebouwd werden.

In 1682 eiste de Franse René-Robert Cavelier, Sieur de La Salle heel het gebied van de Mississippi rivier op voor Frankrijk, waarin inbegrepen Nebraska. De Fransen bouwden een netwerk van handelsposten op voor de pelshandel.

De eerste verkenning van Nebraska vond in 1714 plaats door de Franse Étienne Veniard de Bourgmont, die op de Platte rivier een handelspost bouwde. In 1720 stuurde Spanje een kleine troepenmacht onder Pedro de Villasur van Santa Fe om de Fransen te verjagen, maar deze werden geliquideerd door de Pawnee, die liever handel dreven met de Fransen.

De immens lucratieve pelshandel veroorzaakte een serie oorlogen tussen Frankrijk en Groot-Brittannië, de French and Indian War (1754-1763). Tijdens de oorlog vroegen de Fransen Spanje om bijstand, en gaven hen in 1762 in ruil hun gebieden ten westen van de Mississippi. Na de oorlog verloor Frankrijk bijna al zijn Amerikaanse gebieden aan Groot-Brittannië.

In 1795 eiste Napoleon Bonaparte echter dit gebied terug van Spanje, en in 1803 verkocht hij het aan de US voor 15 miljoen dollar, met de Louisiana Purchase. In 1804 stuurde president Thomas Jefferson de Lewis and Clark expeditie om de nieuwe gebieden te verkennen. Ze vertrokken vanuit St Louis, volgden de Missouri en Jefferson rivieren tot in de Rockies, en geraakten tot in Oregon, met de hulp van Sacagawea, de Shoshone vrouw van de Franse trapper Toussaint Charbonneau. Tijdens hun exploratie kwamen ze ook doorheen Nebraska.

In 1806 verkende Zebulon Montgomery Pike het gebied, en in 1820 volgde Stephen H. Long de Platte rivier doorheen Nebraska. Hij vermeldde in zijn verslag dat heel de Great Plains slechts één grote woestijn waren. Long's verslag was een godsgeschenk voor het Congres, want niemand kon toch een woestijn gebruiken. op slag kenden ze de goede bestemming voor alle Indianen ten oosten van de Mississippi ! De "woestijn" werd ogenblikkelijk tot "Indian Territory" gebombardeerd, en in 1830 stemden ze de Indian Removal Act, die alle Indianen weg keerde.

In 1810 richtte de American Fur Company een tijdelijke handelspost op, en het leger bouwde een fort om de belangrijke pelshandel te beschermen tegen de Indianen. In 1823 werd de eerste vaste kolonie gebouwd nabij Bellevue, dat snel het centrum van de pelshandel werd. De machtigste persoon in het gebied was Peter Sarpy, de agent van de American Fur Company.

In 1834 stemde het Congres de Trade and Intercourse Act, die blanken verbood in deze gebieden te komen of handel te drijven met de Indianen. Ironisch genoeg werd Nebraska echter snel belangrijk, omdat het op de handels- en immigratie-route lag naar de Far West, en blanke kolonisten en handelaars lapten het verbod aan hun laars. Nochtans voerde het federale leger nooit de wet uit tegen de indringers, maar trad daarentegen wel op tegen de Indiaanse stammen, wiens bij verdrag vastgelegd gebied illegaal werd bezet of doorkruist... Er werden dus maar weer nieuwe verdragen afgesloten, die vele Indianen verhuisden naar Kansas en Oklahoma. De Indianen in west Nebraska, voornamelijk Cheyenne, Arapaho, Brulé en Oglala Sioux, kregen echter genoeg van de systematische uitmoording van hun voedsel, de bizons, en stelden zich geleidelijk aan meer vijandig op tegen kolonisten.

In 1854 tekende President Franklin Pierce een wet, waarbij de Territories Kansas en Nebraska werden opgericht op Indiaans grondgebied, en werden deze opengesteld voor blanke kolonisatie. Deze politieke zet was echter niet in het belang van de kolonisten, maar eerder een zet van de zuidelijke democraten, om meer gebieden te bekomen, waar slavernij was toegestaan... De eerste kolonisten waren niet zozeer geïnteresseerd in landbouw, maar des te meer in snelle winst door landspeculatie. De spoorweg zou immers eerlang toekomen, en de gronden zouden hierdoor pijlsnel in waarde stijgen.

In 1862 tekende president Abraham Lincoln de Homestead Act, die gratis 65 hectaren gaf aan families, die minstens vijf jaar zouden blijven. De eerste farm werd gebouwd nabij Beatrice in Nebraska. Hij tekende tevens de Pacific Railroad Act, die een transcontinentale spoorweg moest mogelijk maken. De spoorweg bedrijven kregen enorme stukken grond, die ze nadien aan kolonisten konden verkopen.

Staat

Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865) besefte Lincoln dat een nieuwe staat Nebraska (en zijn noordelijke stemmen...) hem goed zou uitkomen, en hij duwde duchtig om deze nieuwe staat tot stand te brengen. Het Congres was meteen laaiend enthousiast. Als bijgedachte werd ook even de mening van de kiezers gevraagd, maar die domoren begrepen natuurlijk niets van "Grote Politiek", en ze weigerden ! Stel je voor...

Geen nood, twee jaar nadien werd de machine duchtig gesmeerd, en een nieuwe stemming over dezelfde vraag werd georganiseerd. Mits wat behendige manipulatie en geknoei werd deze maal een uiterst minieme meerderheid voor statehood bijeen gescharreld. Als men maar dikwijls genoeg stemmingen organiseert, zal er wel ooit wel EENTJE het gewenste resultaat opleveren...

Na de moord op president Lincoln, weigerde zijn opvolger, president Andrew Johnson, zijn goedkeuring te hechten aan de oprichting van de staat Nebraska, omdat er rond de hele operatie zo'n kwalijke geur hing. Het Republikeins gedomineerde Congres keurde desondanks voor de oprichting, en in 1867 werd Nebraska de 37ste staat van de US.

Alhoewel het oostelijk deel van Nebraska in 1854 was "afgestaan", bleven de Sioux en Cheyenne eigenaars van het westelijk deel. In 1862 opende het leger de Bozeman Trail, die naar de goudvelden van Montana voerde, dwars over Indiaans gebied. Natuurlijk verzetten de Sioux zich tegen de blanke indringing in hun gebied. In 1866 belegerde Chief Red Cloud drie nieuwe forten, die op hun grondgebied waren opgericht om de kolonisten te beschermen.

In 1869 kwam er een nieuw verdrag, dat de Bozeman Trail afsloot. Nochtans stipuleerden de kleine lettertjes op de achterkant van het verdrag dat de Sioux al hun land afstonden, en dat ze naar een reservaat in South Dakota moesten vertrekken. Vele Sioux weigerden dit flagrant frauduleus verdrag te aanvaarden, en ze bleven wonen in de gebieden die hen waren toegekend bij het vorige verdrag.

In 1874 werd er goud gevonden in de Black Hills, pal in het nieuwe Sioux gebied. De regering trachtte "manmoedig" haar verdrag te respecteren (wel, toch zeker gedurende zes maanden...), maar trok nadien haar soldaten terug en gaf hierdoor vrij spel aan duizenden goudzoekers. Op één jaar tijd zaten er niet minder dan 25.000 blanken op Sioux grondgebied !

De enorme toevloed van goudzoekers in hun gebieden veroorzaakte natuurlijk aanvallen van de Sioux en de Cheyenne. Opnieuw werden federale troepen gezonden om de Indianen te verwijderen. Op 25 juni 1876 versloegen de Hunkpapa Sioux Sitting Bull en de Oglala Sioux Crazy Horse de troepen van generaal Custer bij Little Bighorn in Montana, met massieve weerwraak als gevolg. Pas in 1881 gaf Sitting Bull de ongelijke strijd op. In 1890 werd hij vermoord door het leger, nadat de Sioux de Ghost Dance uitvoerden, om passief uiting te geven aan hun verdrukking. Uiteindelijk werden alle Indianen in de staat Nebraska naar Oklahoma verdreven.

Na de Burgeroorlog en de verwijdering van de Indianen groeide de bevolking pijlsnel, van 30.000 in 1860 tot 1 miljoen in 1890 ! De spoorwegen bereikten Omaha in 1869, en zij kregen zo'n 17% van het hele grondgebied. De Union Pacific Railroad kreeg bijna 90 % van deze gronden, of zo'n 30.000 km2... Natuurlijk bedankten de spoorwegen de gulle schenkers hartelijk met raad en daad... Aangezien de spoorwegen het monopolie hadden van het vracht- en personenvervoer, en tevens de uitdrukkelijke steun van de politiekers, werden er schatten verdiend, en grote massa's geld uitgestrooid...

De combinatie van verschillende nefaste factoren zoals een tekort aan water, hoge transportkosten, lagere prijzen voor landbouwproducten, droogten en sprinkhanen, veroorzaakte in 1865 vele faillissementen. De landbouwers kwamen in opstand tegen de hoge spoorwegtarieven, exorbitante staatsuitgaven, en torenhoge staatsschulden. Nochtans hief geen enkele politieker, noch enige partij gedurende meer dan dertig jaar zelfs maar de vinger op, om toch zeker niet hun gulle bron van inkomsten in gevaar te brengen. Bonanza !...

Wereldoorlog I (1914-1918) bracht met hogere landbouwprijzen enige verademing, zij het dat kolonisten van Duitse afkomst min of meer actief vervolgd werden. De beurscrash in 1929, en de daaropvolgende Grote Depressie kelderde de prijs van de landbouwproducten. Bovendien werd de staat geteisterd door droogte en zandstormen.

Tijdens Wereldoorlog II (1940-1945) schoot de economie weer in gang, en kreeg de staat bovendien verschillende federale basissen, zoals het US Strategic Command. Tevens werden verschillende dammen aangelegd om het chronische water- en irrigatieprobleem aan te pakken.

~ ~ ~ ~