MONTANA : the Treasure State

Overzicht en geschiedenis

Montana : bezienswaardigheden
andere staten

~ ~ ~ ~

OVERZICHT

MONTANA is tevens gekend als the Treasure State, omwille van zijn rijkdom in ertsen. De naam Montana komt van het Spaanse woord bergachtig, maar naast de Rocky Mountains, ligt twee derde van de staat in de Great Plains (grote vlakten), met prairie, bos en vallei. In 1889 trad Montana als 41ste staat toe tot de US. De hoofdstad is Helena, en de grootste stad is Billings. De staat is zeer dun bevolkt met ca. 900.000 inwoners, of slechts 2 per km2 !

Montana heeft een oppervlakte van ca. 380.000 km2, en is voor 25 % bebost. De belangrijkste rivieren zijn de Missouri en de Columbia. Temperatuurverschillen zijn extreem met records van -57° C in 1954 en +47° C in 1937 ! Het dierenrijk is bijzonder goed vertegenwoordigd met hert, eland, zwarte beer, grizzly beer, antiloop, bergschaap en berggeit, kariboe, cougar of bergleeuw, lynx, en de wolf. Er zijn tevens vele bizons in de reservaten.

De geschiedenis van Montana was bijzonder woelig, met eerst een zeer actieve pelshandel, nadien de goudmijnen, tenslotte de veehandel. Men vindt er nog steeds de smaak van het Oude Westen. Na de droogte in de jaren 1930 gingen vele ranchers en landbouwers failliet, ofwel wegens overbegrazing, ofwel het bewerken van grond, die enkel geschikt was als grasland. Verder verwoestten bosbranden, het ongebreideld kappen van bossen, en het onbeperkte jagen het meeste van de natuurlijke rijkdom.

De economie draait op landbouw, mijnen, houthandel, toerisme, en sedert 1880 ook de veehouderij. In 1940 werd de Fort Peck dam gebouwd, en deze bezorgt water voor irrigatie en elektriciteit. Goud werd reeds gevonden in 1850, maar ook petroleum, kolen en aardgas, koper, zilver, lood en zink zijn overvloedig aanwezig.

Montana biedt speciale bezienswaardigheden aan, zoals de Dude ranches, waar stadsmensen met het "harde buitenleven" kunnen kennis maken. Er zijn tevens populaire ski-oorden, zoals Red Lodge Mountain, Big Mountain, Montana Snow Bowl, Big Sky en Bridger Bowl. De vele parken bieden spectaculair en ongerept natuurschoon, dat echter soms enkel te paard te bezichtigen is.

In 1876 werd Luitenant kolonel George A. Custer in de pan gehakt door Sioux en Cheyenne, op het Little Bighorn Battlefield bij Hardin. In 1877 versloegen Chief Joseph en zijn Nez Perce, op hun weg naar Canada, federale troepen op het Big Hole National Battlefield bij Wisdom. Giant Springs bij Great Falls spuit dagelijks zo'n 1,5 miljoen m3 water, en nabij vindt men Rainbow Falls en Great Falls, de grootste waterval op de Missouri rivier. Men kan kudden bizons bewonderen in de National Bison Range, een federaal reservaat nabij Moiese. In juni tenslotte, begint het rodeo seizoen, en wel elke stad heeft zijn eigen rodeo...

map van Montana

~ ~ ~ ~

GESCHIEDENIS

Voorgeschiedenis

*** Lees meer over Pre-historische Amerikaans-Indiaanse Culturen ***

Voor de komst van de Europeanen was de staat dun bevolkt met vele Indiaanse stammen. In het westen vond men de Flathead, Kalispel en Kootenai en in het oosten de Blackfoot, Crow, Sioux, Gros Ventre, Assiniboine en Cheyenne. De nomadische Nez Perce, Arapaho en Teton kwamen ook regelmatig in de staat. De Indianen baseerden hun levensstijl vooral op de bizon. In de jaren 1750 begonnen de Blackfoot Indianen het paard te gebruiken, wat hun leven dramatisch veranderde voor het reizen, handel en oorlog voeren.

De eerste Europeanen waren Frans-Indiaanse trappers (coureurs de bois) uit Canada, die reeds in 1734 op zoek kwamen naar bevervellen. Alhoewel het gebied nooit officieel verkend werd, eiste Frankrijk het toch op. Vanaf 1740 werd de zeer lucratieve pelshandel de aanleiding tot schermutselingen tussen Britten en Fransen, die culmineerde in de French and Indian War (1754-1763).

De Fransen vroegen Spanje om hulp en gaven hen in ruil Louisiana. In 1795 eiste Napoleon echter dit gebied terug op en in 1803 verkocht hij alle Franse bezittingen in Amerika aan de US met de Louisiana Purchase.

Hierop stuurde president Thomas Jefferson de Lewis and Clark expeditie uit. Deze vertrokken in 1804 van St Louis, volgden de Missouri en Jefferson rivieren tot in de Rockies, en geraakten tot in Oregon met de hulp van Sacagawea, de Shoshone vrouw van de Franse trapper Toussaint Charbonneau. Hun verslag over de reis opende het gebied voorbij de Rockies voor kolonisten.

Gedurende de volgende veertig jaar beheersten de North West Company, de Hudson's Bay Company, de Missouri en Rocky Mountain Fur, en de American Fur Company het gebied. De concurrentie was hevig, en de verschillende firma's manoeuvreerden doorlopend tegen elkaar voor grotere macht. Na 1840 waren de bevers echter op en werden de pelzen vervangen door zijde, wat meteen het einde betekende van de trappers en handelaars.

Na het verdwijnen van de pelshandel kwamen er slechts weinig kolonisten naar Montana, enkel missionarissen en spoorwegmensen. In 1841 stichtte de Jezuïet Jean-Pierre De Smet een missie bij de Flathead in Bitterroot Valley en in 1846 een tweede bij de Blackfoot Indianen. Aangezien deze twee stammen echter bittere vijanden waren, verdwenen de missies vier jaar later.

In 1858 werd er goud gevonden, en in 1862 begon een Gold Rush. Mijnwerkersstadjes sprongen uit de grond, en brachten misdaad en zedeloosheid mee. Een notoire bandiet was Henry Plummer, die meer dan honderd mensen doodde. In 1863 organiseerde Virginia City een Vigilante Gang, die zo'n 2.000 leden telde, en ze pakten zelf het banditisme aan.

Vóór de toevloed van de kolonisten werd Montana beheerd door zeven verschillende Territories: Louisiana, Missouri, Oregon, Washington, Nebraska, Dakota en Idaho. In 1863 werd het Idaho Territory opgericht, dat Idaho, Montana en het grootste gedeelte van Wyoming omvatte. Zelfs dit Territory was echter veel te groot om bestuurd te kunnen worden, en in 1864 werd Montana een zelfstandig Territory.

De impact van het Europees contact was desastreus voor de Indianen, met de introductie van Europese ziekten en alcohol, wat duizenden levens eiste. De pelshandel veranderde tevens de machtsstructuur tussen de stammen, en de handelaars bekwamen meer macht, wat dan weer tot onderlinge conflicten leidde. In de jaren 1860 en onder een federaal programma, kwamen pelzen en tongen van bizons in de mode. Jagers schoten dikwijls meer dan 200 bizons per jachtpartij !... Het resultaat was dat tegen 1900 de buffalo bijna uitgestorven was, wat meteen het einde betekende van de Indiaanse voedselvoorraad.

In 1851 werd het verdrag van Fort Laramie afgesloten, dat gebieden voor de Blackfoot vastlegde in noord Montana, Crow gebieden in Yellowstone Valley, en Assiniboine gebieden in noordoostelijk Montana. In 1855 werden verdere verdragen afgesloten met de Flathead, Kootenai, Pend d'Oreille en Blackfoot, waarbij ze nog meer land afstonden. In ruil werd voor hen een kwart van heel Montana gereserveerd. Natuurlijk werden AL deze verdragen geschonden door blanke kolonisten, vooral tijdens de Gold Rush.

De Indianen reageerden natuurlijk op deze schendingen, waarop de kolonisten de steun van federale troepen vroegen. Deze moordden daarop met veel animo hele Indianenstammen uit, zelfs indien ze niets met de reacties hadden te maken. Een "bekende" moordpartij was deze op 173 Blackfoot Indianen, maar de openbare opinie in het oosten bleef merkwaardig onberoerd...

De Sioux verzetten zich tegen de blanke intrusie in hun gebieden, waarop een nieuw verdrag werd "afgesloten" in 1868, waarbij ze al hun gebieden verloren, en naar een reservaat in Dakota werden verwezen. Sommige Sioux stammen waren echter niet akkoord met deze regelrechte oplichting, en ze bleven wonen in de gebieden die hen bij het vorige verdrag waren toegewezen.

In 1874 werd er op hun gronden goud gevonden, en opnieuw werden federale troepen gezonden om de Indianen te verjagen. Op 25 juni 1876 versloegen de Sioux Sitting Bull en Crazy Horse de troepen van generaal Custer bij Little Bighorn. Pas in 1881 gaf Sitting Bull de ongelijke strijd op.

Staat

Door de grote toevloed van goudzoekers ontwikkelde de veehouderij zich sterk op de Open Land (open gronden). Schapen zijn echter beter bestand tegen de droogte, en dus werden grote kudden schapen aangevoerd. Hierop braken vele conflicten uit tussen de schapenhouders en de grote veehouders. Overbegrazing, mini-oorlogen voor water en land, en een zware droogte roeiden in 1886 echter zowat zestig procent van de kudden uit.

Uiteindelijk eindigde de era van het Open Land, en rond 1900 kwam er overal prikkeldraad, en een meer modern beheer. Naast goud werd er ook zilver en koper gevonden, en in 1883 was de Montana Territory de tweede grootste zilverproducent. Dit veroorzaakte ontelbare conflicten tussen de mijneigenaars, en natuurlijk ook de onvermijdelijke politieke corruptie... In 1889 trad Montana als 41ste staat toe tot de U.S.

Montana trok vele immigranten aan, zeker na de aanleg van de spoorwegen. In 1909 stemde het Congres de Enlarged Homestead Act, waarbij nieuwkomers gratis 130 ha kregen in Arizona, Colorado, Montana, Nevada, Oregon, Utah, Washington en Wyoming, indien ze minstens de helft bewerkten. Tot 1.500 landbouwers per maand gingen hierop in.

De uitstekende grond en voldoende regen produceerden grote opbrengsten, en gedurende Wereldoorlog I (1914-1918) verdienden de landbouwers hopen geld. In 1917 werd de staat echter getroffen door een langdurige droogte, en de landbouwers begonnen op gronden te planten, die enkel geschikt waren voor begrazing. De grond droogde compleet uit, en de rijke bovenlaag stierf af. Horden sprinkhanen verschenen en vraten de rest op, en tenslotte kelderden de graanprijzen op de wereldmarkt.

Tot overmaat van ramp doken in 1922 de grondprijzen naar beneden, en de helft van de farms werden verkocht. Tijdens de Grote Depressie van de jaren 1930 zakte ook de koperprijs, door concurrentie uit Afrika en Zuid Amerika, en vele mijnen sloten hun deuren.

In 1932 hielp de New Deal van president Franklin Delano Roosevelt de staat terug op de been tot aan Wereldoorlog II (1940-1945). Deze oorlog ontwikkelde naast de mijnen, de houtindustrie en de landbouw ook het toerisme.

~ ~ ~ ~