MINNESOTA : the Gopher State

Overzicht en geschiedenis

Minnesota : bezienswaardigheden
andere staten

~ ~ ~ ~

OVERZICHT

MINNESOTA is ook gekend als the Land of 10.000 Lakes (er zijn er méér dan 15.000), the Gopher State (naar de dieren ofwel naar een tekenfilmpje uit de jaren 1880, waarin corrupte spoorwegambtenaren werden afgebeeld als gophers), of tenslotte nog als the North Star State, wat een vertaling is van het Franse l’Etoile du Nord. De naam Minnesota komt van een Sioux woord waarmee de Minnesota rivier werd aangeduid. De meeste Indianen zijn Ojibwa of Sioux.

In 1858 trad Minnesota als 32ste staat toe tot de US. De hoofdstad is St Paul, en de grootste stad is Minneapolis. Samen vormen ze de Twin Cities. De bevolking bedraagt ca. 5 miljoen inwoners met een dichtheid van 24 per km2. Alleen al in de metropool van de Twin Cities (Minneapolis en Saint Paul) leven 3 miljoen mensen ! De bevolking is van zeer verscheiden afkomst met Franse Canadezen, Zweden, Noren, Denen, Duitsers en Ieren, die rond 1900 vervoegd werden door Finnen, Polen en Tsjechen.

De oppervlakte bedraagt ca. 225.000 km2, waarvan bijna 20.000 km2 water. Origineel was de staat bijna helemaal bebost, maar meer dan zestig percent werd sindsdien gekapt voor de landbouw. Er zijn nog verschillende grote dieren zoals de zwarte beer, wolf, eland en het hert. Verder zijn er wasberen, bevers, woodchucks, muskusratten, skunks, opossums, rode en grijze vossen en coyotes, en nog enkele bobcats. Natuurlijk ontbreken niet de slangen, noch de uilen, valken en adelaars.

Minnesota heeft een drievoudige afwatering ; langs Lake Superior (het grootste zoetwater meer ter wereld) dat op zijn beurt afvloeit naar de St Laurent, langs de Hudson Bay, en tenslotte langs de Mississippi rivier. Deze waterwegen verschaffen een uitstekende transportmogelijkheid aan heel het gebied.

De oorspronkelijke nijverheid was de pelshandel onder de Fransen en de Britten, maar vanaf het begin van de jaren 1800 werd de land- en de bosbouw aangepakt en Minnesota is nog steeds een belangrijke landbouwstaat. Vanaf de jaren 1880 ontstonden de grote ijzermijnen, en de staat is nog steeds de grootste producent van ijzer.

De vele immigranten uit Finland en Denemarken richtten snel coöperatieven op voor gezamenlijke aan- en verkoop, naar het model in hun thuisland, en deze organisaties bestaan nog steeds. De visgronden in Lake Superior vielen al snel ten prooi aan de lamprei en overbevissing, en de visserij is daardoor vrij beperkt. Eén van de grootste busmaatschappijen (Greyhound Lines) begon in 1914 als transport voor de mijnwerkers. De voornaamste toeristische activiteiten zijn jagen en vissen in de zomer, en alle wintersportactiviteiten in de winter.

map van Minnesota

~ ~ ~ ~

GESCHIEDENIS

Voorgeschiedenis

*** Lees meer over Pre-historische Amerikaans-Indiaanse Culturen ***

Men vond sporen terug van de eerste bewoners in Minnesota rond 6000 BC. Deze waren de voorlopers van de moderne Dakota stammen, die door de blanken Sioux werden genoemd. De originele stammen waren de Mdewakanton, Wahpekute, Sisseton en Wahpeton, die rond 1700 werden vervoegd door de Ojibwa (Chippewa). Deze stammen waren verjaagd uit het Oosten, en er volgden tientallen jaren van stammenoorlogen voor de beste jachtgronden.

De eerste Europese verkenners kwamen uit Frankrijk, met in 1660 Pierre Esprit Radisson en Médard Chouart, sieur des Groseilliers. In 1679 eiste Daniel Greysolon, sieur Du Luth (Duluth !) het gebied op voor Frankrijk, en één jaar later bezocht priester Louis Hennepin de watervallen van Saint Antoine, wat later uitgroeide tot de Twin Cities van Saint Paul en Minneapolis. Nadien volgde snel de ontwikkeling van de pelshandel.

Veel van deze initiële ontdekkingsreizen werden eigenlijk niet uitgevoerd om het Amerikaanse continent te verkennen, maar wel om een waterweg te zoeken van de Grote Meren naar de Stille oceaan en zo gemakkelijk in Azië te geraken, waar er volgens eerdere ontdekkingsreizen (Marco Polo) goud te rapen viel...

Rond 1720 verkende Pierre Gaultier de Varennes, sieur de La Vérendrye, de grens tussen Minnesota en Canada om deze mythische waterweg te vinden, die le Passage Nord-Ouest genoemd werd. Hij vond deze natuurlijk niet, maar bouwde in 1732 het fort Saint Charles. Frankrijk was intussen in verschillende Europese oorlogen gewikkeld, zodat er geen geld meer overbleef voor verdere exploratie.

De Fransen sloten een bondgenootschap met de Ojibwa voor de pelshandel, maar dat was niet naar de zin van de Dakota, hun traditionele erfvijanden. In 1736 trokken deze ten strijde tegen zowel de Ojibwa als de Fransen. Dank zij meer moderne Franse militaire technologie kregen de Ojibwa de overhand (na amper veertig jaar oorlog...), en verjoegen ze de Dakota.

De rivaliteit tussen Frankrijk en Groot-Brittannië mondde uit in de French and Indian War (1754-1763), die ook in Europa als de Zevenjarige Oorlog (1756-1763) werd uitgevochten. Na een reeks nederlagen begonnen de Fransen te vermoeden dat ze deze oorlogen en al hun Amerikaanse gebieden zouden verliezen, en in 1762 stonden ze met een geheim verdrag al hun gebieden ten westen van de Mississippi (La Louisiane) af aan het nog steeds machtige Spanje. In 1763 verloren de Fransen de oorlog, en met het verdrag van Parijs stonden ze al hun overblijvende gebieden ten oosten van de Mississippi af aan Groot-Brittannië.

De Britten beheersten het gebied tot aan het einde van de oorlog van 1812, en bleven verder zoeken naar de mythische waterverbinding met de Stille oceaan, die nu the Northwest Passage werd genoemd. Pas dertig jaar later ontdekten ze dat deze waterweg niet bestaat. De Britten dreven verder handel met de Dakota's, en hun basis was le Grand Portage aan Lake Superior, dat een weg vormde naar Canada. Deze naam komt voort uit het feit dat alle cargo's zo'n vijftien kilometer over land moesten gedragen worden om aan de inlandse Pigeon rivier te komen.

Na de Amerikaanse Revolutie (1775-1783) kregen de USA alle Britse gebieden ten oosten van de Mississippi, en kochten ze bovendien in 1803 de rest bij met de Louisiana Purchase. De Britse pelshandelaars bleven echter actief in het gebied en de regering zond troepen om hen te verjagen. In 1819 kwamen de eerste Amerikaanse handelaars aan onder begeleiding van het leger, en John Jacob Astor breidde zijn American Fur Company uit. Het leger bouwde hiervoor een sterk stenen fort, Fort Snelling, waar de Mississippi en Minnesota rivieren bijeen komen.

In 1837 tekenden de Dakota en Ojibwa verdragen, waarbij ze zo'n 13.000 km2 afstonden in ruil voor medicijnen, voedsel en "jaarlijkse toelagen"... Hieruit ontstond Saint Paul, als haven voor stoomboten, en Saint Anthony (later Minneapolis) als centrum van de houtindustrie. In 1846 en 1848 werden Iowa en Wisconsin als nieuwe staten toegelaten, maar het overblijvende gebied bleef zonder bestuur. De lokale directeur van de machtige American Fur Company stelde voor hen te vertegenwoordigen in het Congres, en mits wat politiek gekonkel en lobbying kwam dat voor mekaar, alhoewel het volslagen onwettelijk was...

In 1849 werd de Minnesota Territory gevormd, dat twee maal zo groot was als de huidige staat, en tevens een groot stuk van de beide Dakota's omvatte, waarmee de American Fur Company handel dreef. De politiekers (vooral Democraten) begonnen zich met de lucratieve zakenwereld te moeien, en mits wat frauduleuze "verdragen" speelden de Dakota tussen 1851 en 1863 zowat heel Minnesota kwijt, in ruil voor schimmige beloften van geld en snuisterijen, die uiteraard nooit werden betaald...

Staat

In 1855 werd de Republikeinse Partij opgericht, en in 1858 forceerden ze de oprichting van de staat Minnesota, ondanks hevig verzet van de democratische Partij, die slavernij voorstond. Deze nieuwe staat was een puur politieke zet, en enkel bedoeld om méér Republikeinse zetels te bekomen in het Congres... Dit politiek geknoei bleef niet zonder ernstige gevolgen. In 1857 volgde er een depressie, en in 1861 brak de Amerikaanse Burgeroorlog uit (1861-1865).

De Amerikaanse burgeroorlog (1861 - 1865): slavernij - burgeroorlog - heropbouw

In 1862 kwamen de Dakota in opstand, aangezien ze nog steeds wachtten op de betaling van hun landverkoop van 1851. Verscheidene Indiaanse stammen verenigden zich onder Chief Little Crow, en in het begin gaven ze de Amerikanen stevig op hun donder. De reactie was nochtans ongemeen hevig ; duizenden Indianen werden verloord, en ALLE Indianenstammen werden verdreven naar Dakota en Canada...

Tegen 1900 was Minnesota geheel gekoloniseerd, met een stevige immigratie van Duitsers, Zweden en Noren, en een sterke uitbreiding van landbouw, houtnijverheid en ijzermijnen. De federale Homestead Act van 1862 werd de meest populaire manier om aan grond te geraken. Iedere man of vrouw van minstens 21 jaar kon 65 hectaren grond krijgen voor 18 dollar, op voorwaarde dat dit land gedurende vijf jaar zou bewerkt worden. De wet verplichtte tevens de lokale regering en de spoorwegen om enorme stukken grond goedkoop verkopen, teneinde competitief te blijven.

In 1884 ontdeketen oostelijke conglomeraten ijzer in Minnesota. In 1890 vond Lewis Merritt een zeer rijke ijzerader, die Minnesota op slag tot de leidende staat promoveerde. Amper vier jaar later speelde hij nochtans zijn mijn kwijt aan John D. Rockefeller... De oostelijke kapitalisten controleerden nadien heel het mijngebeuren in de staat. Tegen 1890 waren de Twin Cities van Minneapolis en Saint Paul belangrijke steden geworden, en na het bouwen van de spoorwegen controleerden ze praktisch heel het gebied.

De Democraten geraakten hun macht volledig kwijt over de kwestie van de slavernij. De (oostelijke) Republikeinen domineerden de ganse economie, aangezien alle spoorwegen, graanmolens, banken en fabrieken bezaten. Ze buitten de landbouwers ongenadig uit. Ongelukkiglijk likten ook de weinig overblijvende Democratische politiekers maar wat graag aan deze "gulle melkkoe", en zo duurde het tot na 1923 eer de corruptie eindelijk schoorvoetend werd aangepakt.

In 1930 bracht de Grote Depressie een massale aardverschuiving mee naar een a-politieke partij, de Farmer Labor Party. Deze besliste een staatsbelasting te heffen op de industriële inkomens. Onder president Franklin D. Roosevelt reikten de democraten de hand naar de onderdrukte landbouwers, en ze stemden ze het presidentiële programma New Deal.

Intussen was ook de Farmer Labor Party echter aan "traditionele politiek" gaan doen, en net zoals de andere partijen, deelde ze gul alle mooie jobs uit aan hun vriendjes. In 1938 kwam daardoor de Republikeinse gouverneur Harold Edward Stassen aan de macht, die heel verontwaardigd reageerde op zulke patronage. Dat zijn eigen partij dit gedurende vijftig jaar zelf had gedaan, vergat hij gemakshalve...

De Democraten en de Farmer Labor Party zagen met lede ogen hun verlies aan, en ze smolten samen in 1944, ondanks hun zogenaamde politieke verschillen. Ze kozen het jaar nadien de jonge Hubert H. Humphrey als burgemeester van Minneapolis. In 1948 stuurden ze Humphrey naar de senaat en Eugene McCarthy naar het huis van afgevaardigden. Humphrey werd in 1965 vice-president en steunde president Lyndon Johnson in zijn Vietnam oorlog (1959-1975), alhoewel de andere kandidaat van de partij, Eugene McCarthy, er sterk tegen gekant was.

Meer recente politiek in de jaren 1970 zag de terugkeer naar de traditionele partijnominaties voor de goede jobkes...Hoe kan het ook anders...

~ ~ ~ ~