PRINCE EDWARD ISLAND, the Million-Acre Farm

Overzicht en geschiedenis

Prince Edward Island : bezienswaardigheden
andere provincies

~ ~ ~ ~

OVERZICHT

PRINCE EDWARD ISLAND is tevens gekend als the Million-Acre Farm en the Garden of the Gulf wegens zijn alomtegenwoordige landbouw. Officieus wordt het ook the Potato Province genoemd, omdat de teelt van aardappelen de hoofdbedrijvigheid is. Het eerste wat men ziet, wanneer men het eiland bereikt, is een fabriek van McCain...

Het eiland werd genoemd naar Prince Edward, hertog van Kent en Strathearn, de vierde zoon van koning George III, en vader van Queen Victoria. In 1873 trad Prince Edward Island als zevende provincie toe tot de Canadese Unie.

De hoofdstad en grootste stad is Charlottetown, en de oppervlakte bedraagt ongeveer 5,6 miljoen km2. De bevolking telt ca. 135.000 inwoners, met een dichtheid van 24 per km2. Prince Edward Island is hiermee veruit de meest dichtbevolkte provincie in Canada. Nochtans zijn deze cijfers in de laatste honderd jaar praktisch niet veranderd, gezien vele jongeren uitwijken naar het vasteland.

Het eiland bezit hoegenaamd geen bossen meer en geen grote dieren. In het noordelijke centrale Nationale Park vindt men een 40 kilometer lang strand met wit zand en duinen, met een begroeiing van het eerder invasieve Marram gras. Dit is een speciale grassoort, die wortels ontwikkelt die tot 3 meter diep naar water zoekt, en zich dan uitspreidt to een vast netwerk dat zand en duinen vastlegt. Dit gras is in staat snel te hergroeien, na compleet bedekt te zijn geworden met zand. Het weerstaat bovendien aan zoutdruppels.

De economie draait voornamelijk op de landbouw. Het eiland is tevens bekend voor zijn kreeft, mosselen en Malpeque oesters. Ooit was kreeft er dermate overvloedig, dat de schalen gebruikt werden als mest voor landerijen en hoven ! Daarnaast bestaat ook het kweken van zilvervos en nerts. Tot in 1997 diende men een ferry te nemen om het eiland te bereiken, maar in dat jaar werd de 13 kilometer lange Confederation Bridge geopend, die Prince Edward Island met New Brunswick verbindt.

map van Prince Edward island

~ ~ ~ ~

GESCHIEDENIS

*** Lees meer over Pre-historische Amerikaans-Indiaanse Culturen ***

Voor de komst van de Europeanen was Prince Edward Island bij de Mi'kmaq Indianen bekend als Abegweit (gewiegd op de golven). De Mi'kmaqs waren Algonquin Indianen. In 1534 verkende de Franse Jacques Cartier het eiland. Hij zag meteen de enorme mogelijkheden voor visvangst, landbouw en houtindustrie. In 1603 doopte Samuel de Champlain het eiland Isle Saint Jean, maar het diende enkel als basis voor vissers. Pas in 1719 trachtten de Fransen in Port La Joye een vaste nederzetting te stichten.

In 1745 bezetten de Britten het eiland, maar in 1748, na King George's War, gaven ze het terug aan Frankrijk. Vele Fransen immigreerden uit Acadia (nu Nova Scotia en New Brunswick), nadat ze daar in 1755 verdreven werden door de Britten. In 1758 bezetten de Britten opnieuw het eiland, en na de French and Indian War (1754-1763) kwam het hele gebied onder de Britse vlag. De Britten herdoopten het meteen tot Saint John's Island, en bestuurden het vanuit Nova Scotia.

In 1765 verdeelde de Britse kroon het hele eiland in 67 loten van zo'n 8.000 hectaren, en twee jaar later schonk de koning 66 loten aan Britse nobelen om zijn schulden af te betalen. In 1769 werd Saint John's Island een aparte Britse kolonie, en werden duizenden Acadians gewoon gedeporteerd!

In 1799 werd de naam veranderd in Prince Edward Island. Het feit dat de eigenaars zelf in Groot-Brittannië woonden hinderde fel de economische ontwikkeling. De meeste eigenaars trachtten namelijk geen nieuwe kolonisten aan te trekken of hun eigendom te laten bebouwen. Al evenmin wilden ze hun grondgebied verkopen.

Na de Amerikaanse Revolutie (1775-1783) immigreerden er vele Britse Loyalisten. In 1788 bracht John Hill, een Engelse scheepsbouwer en houthandelaar, kolonisten uit Devonshire naar Alberton. In 1803 werden ze versterkt met achthonderd Schotse boeren. Stilaan groeide de landbouw op de ontboste gebieden, en tegen 1862 was Alberton uitgegroeid tot een belangrijk handelscentrum voor hout en scheepsbouw.

In 1864 begonnen in Charlottetown (genoemd naar de vrouw van George III) de onderhandelingen tussen de Canadese provincies, die in 1867 zouden leiden tot het stichten van het confederale Canada. In het begin wou Prince Edward Island eigenlijk helemaal niet toetreden, aangezien de lokale politici vreesden hun volstrekte macht te zullen verliezen in de uitgebreide nieuwe federale natie. Verder eisten ze dat de confederatie alle gronden aan zou kopen van de Britse eigenaars.

De politieke corruptie was nochtans enorm, en de machthebbers rivaliseerden voor zeer bedenkelijke contracten voor de aanleg van een spoorweg. Binnen de kortste tijd was hierdoor het eiland virtueel failliet... De toekomstige federale regering (gelijkaardige politici...) kwam daarop met een onweerstaanbaar voorstel op de proppen. Ze namen de zwaar deficitaire spoorweg over, en verstrekten het eiland een lening om alle Britse gronden aan te kopen! Probleem opgelost...

In 1873 trad Prince Edward Island als zevende provincie toe tot de Canadese Unie.

~ ~ ~ ~