NOVA SCOTIA, Canada's Ocean Playground

Overzicht en geschiedenis

Nova Scotia : bezienswaardigheden
andere provincies

~ ~ ~ ~

OVERZICHT

overzicht

NOVA SCOTIA is ook gekend als Canada's Ocean Playground. Het bestaat uit het schiereiland Cap Breton, Ile Royale, en verschillende kleinere eilanden. De Fransen noemden het Acadia, naar een Mi'kmaq woord voor "veel", maar de Britten herdoopten het met de Latijnse naam voor Nieuw Schotland.

In 1867 trad Nova Scotia toe tot het Dominion of Canada, samen met New Brunswick, Ontario en Québec. De hoofdstad en grootste stad is Halifax. Het is de tweede kleinste Canadese provincie, na Prince Edward Island, met een oppervlakte van 55.000 km2. Ongeveer 75 % van de oppervlakte is bebost, en het wordt bewoond door kleinere diersoorten.

De provincie telt ca. 900.000 inwoners, met een densiteit van 17 per km2. Een groot gedeelte van het binnenland is echter nog steeds onbewoond. De economie was aanvankelijk gebaseerd op mijnen, visvangst en de houtindustrie.

De getijden in de baai van Fundy zijn de grootste ter wereld, en het verschil tussen eb en vloed kan wel oplopen tot 16 meter !

map van Nova Scotia

~ ~ ~ ~

GESCHIEDENIS

voorgeschiedenis

*** Lees meer over Pre-historische Amerikaans-Indiaanse Culturen ***

De eerste bewoners waren de Mi'kmaq en de Abnaki, die goede handelsrelaties opbouwden met de Fransen, en hun bondgenoten bleven gedurende de vele oorlogen met de Britten.

Waarschijnlijk verkenden de Vikings reeds rond 1000 AD het eiland, maar de eerste geboekstaafde verkenning geschiedde in 1497 door Giovanni Caboto (John Cabot), een Italiaanse ontdekkingsreiziger, die het gebied opeiste voor Engeland. In 1524 en 1534 verkenden Giovanni da Verrazzano en Jacques Cartier het hele gebied voor Frankrijk.

In 1604 kreeg Pierre du Gua, sieur de Monts, van de Franse koning het monopolie van de pelshandel en een koninklijke schenking van land. Hij vertrok met Samuel de Champlain, Baron de Poutrincourt en zo'n 125 kolonisten om het eiland te koloniseren. Ze overwinterden met veel moeite op het St Croix eiland in de Passamaquoddy baai.

In de volgende lente staken de overblijvende 44 overlevenden de Fundy baai over naar Port Royal (het huidige Annapolis). In 1607 speelde Monts zijn monopolie echter kwijt en Port Royal werd weer verlaten. In 1610 kwam Baron de Poutrincourt echter terug, en hij stichtte Acadia, de eerste succesvolle Europese nederzetting in Canada.

De Britten eisten echter Acadia op, op basis van Cabot's reis en hun Koninklijke Charters. In 1621 veranderde King James I de naam Acadia in Nova Scotia (New Scotland), en schonk het land aan Sir William Alexander.

Nu volgde er een opmerkelijk verhaal van verovering, verlies en herovering, dat bijna 100 jaar duurde !

In 1627 stak een krijgsmacht van Britten en Schotten Port Royal in brand.
In 1629 stichtten verschillende groepen Schotten Charlesfort en Rosemar. Dus werd het weer Nova Scotia.
In 1632, en na het beëindigen van een Europese oorlog tussen Engeland en Frankrijk, ging Nova Scotia naar Frankrijk en werd het opnieuw Acadia. Er vestigden zich meteen nieuwe Franse kolonisten.
In 1654 verwoestte Robert Sedgwick vanuit Massachussetts de nederzetting Port Royal en het fort La Tour. Dus werd het weer Nova Scotia.
In 1667 bracht een nieuw Europees verdrag Nova Scotia terug onder Frans bestuur, ergo, Acadia.
In 1674 kwam het gebied gedurende een paar maanden onder Nederlands bestuur, toen Juliaen Aernouts de Franse forten veroverde. Nog steeds Acadia...
In 1690 veroverde Sir William Phips echter opnieuw Port Royal en Nova Scotia voor de Engelsen.
In 1697 ging het onder een nieuw verdrag terug naar Frankrijk als Acadia...
Niemand wist nu nog of het Acadia of Nova Scotia was, en wie nu nog uiteindelijk het gebied bestuurde...
In 1710 veroverden de Britten weer Nova Scotia, en de Vrede van Utrecht legde dit in 1713 definitief vast.
Tijdens King George's War van 1744 tot 1748 werd er echter opnieuw stevig gebakkeleid tussen Fransen en Engelsen. Intussen bleven echter Engelse en Schotse immigranten in Nova Scotia toestromen.
In 1750 bouwden de Fransen Fort Beauséjour en Fort Gaspereau in New Brunswick.
In 1755, gedurende de French and Indian War, werden deze veroverd door de Britten.

In 1755 werden alle Franse bewoners van Acadia (zo'n 12.000 mensen uit Nova Scotia, New Brunswick en Prince Edward Island) met geweld gedeporteerd naar Frankrijk of naar andere Britse kolonies, met vele doden als gevolg. Enkel reeds uit Nova Scotia werden 6.000 Fransen gedeporteerd. Hun nakomelingen werden de Cajuns.

In 1760 controleerden de Engelsen heel La Nouvelle France. Door het Verdrag van Parijs in 1763, werden Cap Breton, Prince Edward Island en New Brunswick bij Nova Scotia gevoegd. In 1769 werd Prince Edward Island zelfstandig, en in 1784 werden Cap Breton en New Brunswick zelfstandig. Maar in 1820 werd Cap Breton opnieuw door Nova Scotia geannexeerd...

Tijdens de Amerikaanse revolutie (1775-1783) bleven de inwoners vrij neutraal. Na de revolutie kwamen er vele ex-Acadiens terug, samen met vele nieuwe Schotten en Ieren. De oorlogen van Napoleon (1799-1815) en de oorlog van 1812 stimuleerde de scheepswerven van Halifax voor de Britse vloten. In 1848 werd Nova Scotia de eerste Britse kolonie met een zelf gekozen bestuur.

De provincie (1867)

In 1867 trad Nova Scotia slechts schoorvoetend toe tot het Dominion of Canada, alhoewel 18 van de 19 volksvertegenwoordigers TEGEN de Confederatie stemden. De leider van de tegenstemmers, Joseph Howe, ging in Groot-Brittannië om er de afscheiding te bepleiten. Na "zware onderhandelingen" (...) liet hij zich echter ompraten, en kreeg hiervoor als beloning prompt een zetel in de nieuwe regering...

Na de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865) ontwikkelde de plaatselijke economie zich verder, toen ijzeren schepen de plaats innamen van de vroegere houten schepen. Vele bewoners van Nova Scotia emigreerden echter naar de nieuwe gebieden in west Canada en de USA.

Moderne geschiedenis (1868 - 2000)

Wereldoorlogen I en II hielpen de economie wel weer wat op dreef, maar niet zo sterk als in de rest van Canada.

In 1990 was er nog een sappig politiek schandaaltje, toen John Buchanan, premier sinds 1978, plots zijn ontslag indiende na aantijgingen van corruptie. Zijn politieke collega's zorgden er desondanks toch voor dat hij onmiddellijk een mooi plaatsje kreeg in de federale senaat...

~ ~ ~ ~