NEW BRUNSWICK, the Loyalist Province

Overzicht en geschiedenis

New Brunswick : bezienswaardigheden
andere provincies

~ ~ ~ ~

OVERZICHT

NEW BRUNSWICK wordt ook the Loyalist Province genoemd, omdat veel getrouwen van het Britse rijk er zich kwamen vestigen gedurende en na de Amerikaanse revolutie. Het is de grootste van de drie maritieme Canadese provincies, naast Nova Scotia en Prince Edward Island. Onder de Fransen werd deze streek Acadia genoemd. De hoofdstad is Fredericton, en de grootste stad is Saint John.

In 1867 trad New Brunswick toe tot het Dominion of Canada, samen met Nova Scotia, Ontario en Québec. De oppervlakte bedraagt ca. 73.000 km2. Met zijn rollende beboste heuvels en zijn vele riviertjes heeft New Brunswick al de ruige charme van New England. De oppervlakte is voor 83 % bebost en men vindt er wild in overvloed, zoals elanden, zwarte beren en herten.

New Brunswick leidt Canada in de ontginning van lood en zink, en heeft daarbij nog waardevolle antimonium, zilver- en ijzererts mijnen. Het toerisme ontwikkelt zich slechts langzaam wegens een minder goed wegennet. De bevolking bedraagt ca. 730.000 bewoners met een densiteit van 10 per km2, waarvan de helft in de steden woont.

De 257 kilometer lange Fundy Baai is vrij eng tegen de oceaan, en schept daardoor speciale getijden-effecten. Op de St John rivier zijn er de bekende Reversing Falls, waar het binnenkomende zeewater enkele kleine watervallen gewoon omkeert, en verder opwaarts stroomt. Nabij Moncton scheppen hoge getijden een Tidal bore. Daar loopt het water stroomopwaarts met zulke snelheid en kracht, dat er een echte muur van water op de rivier loopt !

map van New Brunswick

~ ~ ~ ~

GESCHIEDENIS

*** Lees meer over Pre-historische Amerikaans-Indiaanse Culturen ***

De eerste bewoners van New Brunswick waren de Mi'kmaq en de Maliseet van de Algonquin, die goede handelsrelaties opbouwden met de Fransen. Waarschijnlijk zeilden de ontdekkingsreizigers John Cabot in 1497 en Giovanni da Verrazzano in 1524 reeds langs de kusten van New Brunswick.

In 1534 verkende de Franse ontdekkingsreiziger Jacques Cartier de Chaleur Bay en in 1604 verkenden Pierre du Gua, sieur de Monts, en Samuel de Champlain de St John rivier vooraleer ze naar Dochet Island (nu St Croix Island in Maine) zeilden.

Nochtans bouwde de Franse Charles de La Tour de eerste vaste nederzetting slechts in 1631. In 1654 werd deze ingepalmd door Massachussetts. In de volgende 50 jaar wisselde de controle over de Bay of Fundy gedurig af tussen Frankrijk en Groot-Brittannië. In 1710 ging bijna heel Nova Scotia naar de Britten, maar New Brunswick bleef onbeslist.

In 1750 bouwden de Fransen er twee forten, Beauséjour en Gaspereau, die in 1755 veroverd werden door de Britten. Op slag vlogen alle Franse bewoners buiten en werden ze gedeporteerd. In 1763 eindigde de French and Indian War met een Koninklijke Proclamatie, waarbij New Brunswick bestuurd werd vanuit Halifax in Nova Scotia. In 1760 controleerden de Engelsen heel La Nouvelle France.De voornaamste redenen voor kolonisatie waren de pelshandel, de uitgestrekte bossen en de overvloedige visvangst.

Tijdens de Amerikaanse revolutie (1775-1783) bleven de inwoners vrij neutraal. Groot-Brittannië zag snel de waarde in van de schier onbeperkte houtvoorraad voor zijn schepen, en St John werd een centrum van scheepsbouw. In 1783, na de revolutie, kwam er een ontzaglijke immigratie tot stand van de loyalisten, die gaandeweg een eigen bestuur vroegen, en in 1784 werd het gebied New Brunswick zelfstandig. Het Britse vorstenhuis had echter in Europa andere katten te geselen en verleende geen hulp meer aan zijn kolonie, waardoor deze wegkwijnde.

In 1805 legde de Britse vloot de grondslag voor zijn oppermachtige zeemacht in the Battle of Trafalgar, en kwam de internationale handel terug op gang. Tijdens de oorlogen in Europa was er grote vraag naar schepen, hout, vis en landbouwproducten, en New Brunswick bloeide open. Dit werd nog verder in de hand gewerkt door de oorlog van 1812 tussen de Britten en de USA. De plaatselijke economie ontwikkelde zich verder tot na de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865), toen ijzeren schepen de plaats innamen van houten schepen.

In 1867 vervoegde New Brunswick de Canadese Confederatie, en was hiermee één van de vier originele provincies van de Dominion of Canada, samen met Nova Scotia, Ontario en Québec.

In 1876 verbond een spoorweg New Brunswick met Québec en Halifax, en in 1890 met Montréal en Boston in Massachusetts. Nochtans waren de kleine lokale industrieën niet competitief genoeg met de meer efficiënte fabricatie in de andere provincies van Canada, en verdwenen ze één voor één. Gedurende Wereldoorlog I was er een kleine opflakkering, maar de depressie van 1930 doofde het vlammetje verder uit.

~ ~ ~ ~