MANITOBA, the Keystone Province

Overzicht en geschiedenis

Manitoba : bezienswaardigheden
andere provincies

~ ~ ~ ~

OVERZICHT

MANITOBA is gekend als the Keystone Province, omdat in 1877 de Gouverneur-generaal Lord Dufferin de provincie nogal plechtstatig beschreef als "the keystone of that mighty arch of sister provinces which spans the continent from the Atlantic to the Pacific".

In 1870 trad Manitoba toe tot de Confederatie van Canada. De hoofdstad en grootste stad is Winnipeg. Manitoba heeft een oppervlakte van ca. 650.000 km2, waarvan 40 % is bebost. De provincie telt ca. 1,2 miljoen inwoners, met een dichtheid van 2 per km2, waarvan 72 % urbaan is. De helft van de bevolking woont in Winnipeg. Het dierenrijk is vertegenwoordigd door kariboe, moose, hert, eland, coyote, badger, bever, zwarte beer, lynx, marter, poolbeer, wolverine, vos en bison.

De economie is gebaseerd op de landbouw, met enige mijnindustrie, waaronder nikkel. Ongeveer 55.000 Indianen (Sioux, Cree, Salteau, Chipewyan en Ojibwa) leven in reservaten.

map van Manitoba

~ ~ ~ ~

GESCHIEDENIS

*** Lees meer over Pre-historische Amerikaans-Indiaanse Culturen ***

In 1530 gelastte de Franse koning François I de ontdekkingsreiziger Jacques Cartier om het noordoosten van Noord Amerika te verkennen op zoek naar goud, en het gebied voor Frankrijk op te eisen. In 1534 landde Cartier op het schiereiland Gaspé, het jaar nadien verkende hij de Golf van St Laurent en bereikte hij het Indiaanse dorp Stadacona (Québec), en Hochelaga (Montréal). Rond 1600 verbleven in het huidige Manitoba de Chipewyan, de Cree en de Assiniboine.

In 1608 werd La Nouvelle France verder gekoloniseerd toen Samuel de Champlain een handelspost stichtte in de stad Québec, waar de Indianen hun pelzen konden ruilen. Champlain sloot bondgenootschappen af met de Huron, de Algonquin en de Montagnais en beloofde hen militaire steun tegen hun vijanden, de Iroquois. Zo begon een bittere en bijna 100 jaar lange strijd tussen de Fransen en de Iroquois.

In 1610 verkenden de eerste Europeanen de Hudson Bay, en twee jaar later zette Captain Thomas Button voet aan wal aan de monding van de Nelson rivier. La Nouvelle France groeide aanzienlijk, en de andere grootmachten zagen met lede ogen aan hoe Frankrijk actief was in bijna heel Noord-Amerika.

Na 1650 groeiden de kolonies Quebec en Montreal stevig uit, en door de controle over de St Laurent rivier konden ze tot diep in het binnenland handel drijven met de Indianen. Ze geraakten nochtans verwikkeld in vele gevechten met de Iroquois over de controle van de lucratieve pelshandel, en deze schakelden bijna heel de Franse handel met de Huron uit.

De Engelse koning wilde het Franse monopolie op de pelshandel doorbreken, en gelastte in 1668 de expeditie van de Nonsuch. Deze vaarde ten noorden van de Franse kolonies naar de Hudson Bay.

In 1670 werden alle gebieden die uitkwamen in de Hudson Bay toegewezen aan de Hudson's Bay Company. Het gebied werd Rupert's Land genoemd en het werd verkend door deze maatschappij, gefinancierd door de Britten, maar op adviezen van Franse ontdekkingsreizigers. In 1670 werd een handelspost opgericht op de Nelson rivier en in 1688 een andere op de Churchill rivier. Van daar uit verkende Henry Kelsey in 1690 het binnenland voor het bedrijf. Maar of deze ooit effectief voet aan wal heeft gezet is niet zeker.

De zeer winstgevende pelshandel met de Indianen maakte verdere verkenningen overbodig, en het binnenland bleef volledig onbekend. Voor de volgende tweehonderd jaar bleven Manitoba en bijna heel West Canada het exclusieve domein van deze maatschappij ! Om zijn quasi monopolie op de pelshandel veilig te stellen, begon Frankrijk een serie forten te bouwen naar het westen toe. Gedurende 30 jaar werd er stevig gebakeleid tussen Fransen en Iroquois en in 1701 werd er eindelijk een vredesverdrag ondertekend.

In 1732 verkende Pierre Gaultier de Varennes, Sieur de La Vérendrye - een Franse Canadees - het gebied, en hij bouwde een serie handelsposten en forten van Lake Superior en the Lake of the Woods naar het westen toe, tot aan de bovenkant van de Missouri rivier. Hij bouwde een fort bij Lake Winnipeg, en Fort La Reine op de Assiniboine rivier (hedendaags Portage La Prairie) werd zijn hoofdkwartier. Andere Franse trappers volgden weldra en richtten handelsposten op voor de Indianen. De Hudson's Bay Company reageerde onmiddellijk door zelf ook nieuwe handelsposten op te richten.

In 1754 brak de French and Indian War uit (1754-1763). In 1759 eindigde deze oorlog met de val van Québec en de capitulatie van Montréal. In 1760 controleerden de Engelsen heel La Nouvelle France.

Zelfs na de Britse overwinning bleven er vele Franse pelshandelaars in het gebied, al snel gevolgd door Schotten en Amerikanen. In 1790 was de North West Company uit Montreal de voornaamste concurrent van de Hudson's Bay Company. In 1812 bracht de earl of Selkirk, een belangrijke aandeelhouder in de Hudson's Bay Company, een groep Schotse immigranten naar de vruchtbare Red River vallei nabij Lake Winnipeg.

De North West Company eiste dit gebied op en er ontstonden al snel schermutselingen tussen de twee bedrijven, die uitgroeiden tot heuse veldslagen. Geen van beiden kon echter de overwinning behalen. In 1821 smolten ze samen, ondanks enorme verschillen in nationaliteit, taal en godsdienst ! Al wat politiek onmogelijk te realizeren was, werd in één klap eenvoudig opgelost, zo lang er maar heel veel geld mee gemoeid was...

De Canadese annexatie van de Northwestern Territory werd fel bestreden door de Métis, nakomelingen van gemengde Indiaanse en Europese (lees Franse...) afkomst. In 1869 kwamen ze in opstand onder leiding van Louis Riel bij de Red River Rebellion. In 1870 stemde de Canadese regering de Manitoba Act, die de kleine provincie Manitoba oprichtte, met een groter zelfbestuur dan als een territory.

Op 12 jaar tijd vervijfvoudigde de bevolking en werden de originele Franssprekenden een minderheid, en in 1890 werd het Frans zelfs gewoon verboden...

Grote graanopbrengsten maakten van Manitoba een welvarende provincie. In 1912 werden de noordelijke grenzen uitgebreid tot aan de Hudson Bay, en werd meteen een rijk mijngebied toegevoegd. Wereldoorlog I (1914-1918) bracht een verdere bloei teweeg, maar ook sociale onrust. In 1919 was er een algemene staking in Winnipeg, gevolgd door een regering van landbouwinteresten, die meer dan 30 jaar aan het bewind bleef.

Ook tijdens en na Wereldoorlog II (1940-1945) bleef de provincie welvarend. Intussen bleef de taalkwestie echter voor onrust zorgen. In 1979 (of bijna 90 jaar na het verbod op gebruik van het Frans...) oordeelde de Supreme Court of Canada dat het statuut van Manitoba uit 1890 onwettig was. Een poging werd gedaan om de provincie opnieuw tweetalig te maken, maar deze botste op zoveel tegenwerking van de Engelstaligen, dat ze werd afgeblazen in 1984, Supreme Court of niet...

In 1994 gebood de Supreme Court of Canada de provinciale regering van Manitoba om alle controle op een Franse opvoeding terug aan Franssprekende burgers toe te kennen - slechts een pietluttige 104 jaar na het oorspronkelijke verbod...

~ ~ ~ ~