BRITISH COLUMBIA, the Pacific Province

Overzicht en geschiedenis

British Columbia : bezienswaardigheden
andere provincies

~ ~ ~ ~

OVERZICHT

overzicht

BRITISH COLUMBIA wordt ook the Pacific Province genoemd. Ze ligt tussen Alberta en de Stille oceaan, en ze is Canada's derde grootste provincie. De hoofdstad is Victoria, en de grootste stad is Vancouver. Victoria ligt op het vrij grote Vancouver Island, terwijl de stad Vancouver op het vasteland ligt. British Columbia heeft een oppervlakte van ca. 947.800 km2, en de provincie is voor 64 % bebost. Ze telt ca. 3,9 miljoen inwoners, met een dichtheid van 4,2 per km2. Meer dan de helft van de bevolking woont in en rond Vancouver en Victoria.

De hoogste bergtop is Mount Fairweather met 4.663 m, en de kust vertoont een fjorden-landschap. Het dierenrijk is bijzonder goed vertegenwoordigd met de grizzly en zwarte beer, moose, kariboe, eland, hert, bighorn schaap en berggeit. Men vindt er ook de bever, lynx, marter, pels en otter.

In 1871 trad British Columbia als zesde provincie toe tot de Confederatie van Canada. De economie begon met de exploitatie van de grote natuurlijke rijkdommen, zoals pelzen, goud, visvangst, hout en ertsen. De regering controleert meer dan 90 % van de oppervlakte en doet grote inspanningen om de inkomsten te diversifiëren en het toerisme te promoten. De staat is trouwens bekend voor zijn spectaculaire bergen en zijn mooie kustlijn.

map van British Columbia

~ ~ ~ ~

GESCHIEDENIS

*** Lees meer over de Prehistorische Amerikaans-Indiaanse Culturen ***

De kust van British Columbia wordt reeds meer dan 10.000 jaar bewoond door Indianen, die wel 19 verschillende talen spraken. De stammen hadden een stevige economie, die gebaseerd was op de plaatselijke natuurlijke rijkdommen. Rond 1800 werden sommige stammen volledig uitgeroeid door Europese ziekten, en andere werden dan weer gaandeweg verdreven door Europese kolonisten.

De introductie van Europese klederen, werktuigen en ideeën had een enorm impact op hun leven, temeer daar de regering hun ceremoniële gebruiken en hun eigen taal verbood, en hen een gedwongen Europese opvoeding oplegde. Verder werd hun land stapsgewijs afgenomen, en in 1876 en 1912 werden de meeste Indianen in reservaten opgesloten.

De eerste Europese ontdekkingsreiziger in British Columbia was de Deen Vitus Bering in 1741. In 1774 werd de kustlijn opgetekend door de Spaanse ontdekkingsreiziger Juan Perez Hernandez.

In 1788 verkende de Britse ontdekkingsreiziger Captain James Cook de plaats Nootka, en de handel met de Britten ontwikkelde zich. In 1789 vielen de Spanjaarden Britse schepen aan in Nootka Sound, maar in 1794 werd een verdrag opgesteld, waarin beide grootmachten elkaars recht op handel erkenden.

Sir Alexander Mackenzie verkende nadien de streek voor de pelshandel van de North West Company, en hij zocht tevens een verbinding over land naar de Stille Oceaan. Andere pelshandelaars volgden hem, en in 1807 werd Fort George gebouwd nabij de hedendaagse stad Prince George. Van hieruit werd de streek verder verkend en in 1821 smolten de Hudson's Bay Company en de North West Company samen. Hun territorium omvatte het Columbia District (Oregon en Washington) en New Caledonia (British Columbia).

In 1846 werd de 49ste parallel als grens vastgelegd tussen Brits en Amerikaans gebied. Drie jaar later werd Vancouver's Island uitgeroepen tot Britse kroonkolonie, waar echter de Hudson's Bay Company volledig de plak zwaaide. In 1858 werd er goud gevonden in de Fraser River Valley en de Cariboo Mountains. Er volgde een goudrush, die vele mijnwerkers uit San Francisco aantrok. Meteen werd ook op het vasteland een nieuwe Britse kolonie gesticht, British Columbia. Toen de goudvondsten verminderden, werden in 1866 de twee kolonies bijeengevoegd.

In 1871 vervoegde British Columbia het Dominion of Canada, op voorwaarde dat de provincie met centraal Canada zou verbonden worden door een spoorweg. In 1886 bereikten de eerste treinen de westkust.

Na 1901 groeide de bevolking snel aan, en in 1921 werd Vancouver de derde grootste stad van Canada. Na Wereldoorlog I (1914-1918) werden bijkomende spoorwegen en vaste stoomschip lijnen aangelegd. Na de opening van het Panama kanaal ontstond er een snelle verbinding tussen de Stille en de Atlantische oceaan, die ertsen, hout en vis van British Columbia naar de oostkust van de US exporteerde. Tevens legde de Canadian Pacific Railroad Company een vloot van stoomschepen in voor de zogenaamde "all red Route" (Brits) naar Azië.

De economie werd al snel gedomineerd door grote bedrijven, wat meteen aanleiding gaf tot een hevige klassenstrijd, militante vakbonden en socialistische verenigingen. Het bestuur bleef echter volledig in handen van rijke burgers. Naast de klassenstrijd ontstond er tevens een sterke discriminatie tegen de Chinezen en Japanners, die voordien in massa aangetrokken waren tijdens de goldrush en de aanleg van de spoorwegen. In 1923 werd de Chinese Immigration Act gestemd, die verdere Aziatische inwijking verbood, en ze bleven het doelwit van discriminatoire maatregelen.

Tijdens Wereldoorlog II (1940-1945) werden de Japanse burgers opgesloten in concentratiekampen, en hun bezittingen werden aangeslagen. Slechts veertig jaar later verontschuldigde de federale regering zich hiervoor...

De politiek was steeds nauw verbonden met Big Business, zowel in de Conservatieve, de Liberale als in de Labour partij. De schandalen waren niet van de lucht, en zo was de regering van Premier William Vander Zalm in 1986 doorlopend het toneel van wanbeheer. In 1996 was het de beurt aan Premier Harcourt voor misbruik van fondsen, en in 1999 vloog Premier Clark buiten voor duister geknoei met Casino-licenties...

~ ~ ~ ~