ALBERTA, the Princess Province

Overzicht en geschiedenis

Alberta : bezienswaardigheden
andere provincies

~ ~ ~ ~

OVERZICHT

ALBERTA wordt ook the Princess Province genoemd, naar Prinses Louise Caroline Alberta, dochter van Queen Victoria. In 1905 trad Alberta als zesde provincie toe tot de Confederatie van Canada. De hoofdstad is Edmonton en de grootste stad is Calgary.

De provincie heeft een oppervlakte van 662.000 km2, en 58 % van de oppervlakte is bebost. Alberta telt drie miljoen inwoners met een dichtheid van 4,6 per km2, die voor 80 % in de steden leven. De helft van alle inwoners wonen namelijk in Edmonton of Calgary. De Saskatchewan rivier draineert het grootste gedeelte van de prairies.

Rond 1800 bloeide de pelshandel, en waren de trappers talrijk in hun zoektocht naar bever, vos, muskusrat, otter, eekhoorn, marter en nerts. Bijna al deze dieren zijn nu beschermd. Men vindt in Alberta nog hert, beer, wolf, eland, kariboe, Bighorn schaap, antiloop, gopher en rode vos. De grootste kudde bizons (ca. 4.500), die eens zo talrijk waren, leeft nu in het Wood Buffalo National Park, dat in 1922 werd opgericht.

Alberta leefde in het begin voornamelijk van zijn natuurlijke rijkdommen en de pelshandel. De voornaamste grondstoffen zijn petroleum en aardgas, die de belangrijkste zijn in heel Canada. Er zijn reservaten voor de Cree, de Blackfoot (Siksika, Blood en Piegan), de Tsuu T'ina Nation en de Assiniboine. In noord-Alberta leven bovendien nog de Chipewyan, de Beaver en de Slave.

De 290 kilometer lange Banff-Jasper tweevaksweg (Icefields Parkway) is een van 's werelds mooiste scenic highways. In juli vindt de Calgary Stampede plaats, een rodeo met de spectaculaire Chuckwagon Races. In Edmonton zijn er in dezelfde maand de Klondike Days, een uitbeelding van de gold rush van 1898, en de Buffalo Days Powwow, of drie dagen van dansen en drummen.

~ ~ ~ ~

GESCHIEDENIS

voorgeschiedenis

*** Lees meer over Pre-historische Amerikaans-Indiaanse Culturen ***

Mogelijks kan reeds in 1691 de pelshandelaar Henry Kelsey Alberta verkend hebben. Zeker is dat verkenner Anthony Henday van de Hudson's Bay Company het gebied bezocht in 1755. Hij ontmoette er verschillende Indianenstammen, waaronder de Cree, Chipewyan, Blackfoot, Assiniboine en Plains Cree. Ze werden aangemoedigd om handel te drijven in pelzen.

In 1783 vormden onafhankelijke Schotse en Franse pelshandelaars vanuit Montreal de North West Company en bouwden ze handelsposten. Er ontstond een intense rivaliteit tussen beide bedrijven, die in 1821 eindigde met een gigantische samensmelting. De volgende 50 jaar vormde de Hudson's Bay Company zowat de enige autoriteit in Canada.

Na 1821 kwamen de kolonisten aan, in 1840 gevolgd door de missionarissen. In 1867 werd Canada een Dominion van Groot-Brittannië, en de Engelse droom van een British North America van kust tot kust werd stilaan werkelijkheid. In 1869 verkocht de Hudson's Bay Company haar rechten aan de federale regering.

Manitoba vervoegde het Dominion van Canada als provincie in 1870, gevolgd door British Columbia in 1871, maar het gebied er tussen bleef in de praktijk zonder regering. Deze situatie leidde tot volslagen wetteloosheid, maar in 1873 werd de North West Mounted Police opgericht (nu de Royal Canadian Mounted Police), en in 1875 werd het Northwest Territories Council opgericht in Battleford, Saskatchewan.

In 1882 werden de Northwest Territories administratief opgedeeld in de districten Assiniboia, Alberta, Saskatchewan en Athabasca. Nieuwe kolonisten stroomden toe en brachten grote kudden vee met zich mee. De Indianen werden handig in reservaten gemanoeuvreerd en speelden al hun gebieden kwijt, mede door hun vele onderlinge stammentwisten. In 1883 bereikte de Canadian Pacific Railway op zijn reis naar de westkust de stad Calgary, en twee jaar later was de eerste Canadese transcontinentale spoorweg een feit.

In 1905 werden de vier districten gereorganiseerd in twee provincies, Alberta en Saskatchewan. De bevolking groeide snel aan, en in 1911 telde Alberta reeds 375.000 inwoners. Wereldoorlog I (1914-1918) stopte wel de immigrantenstroom, maar in 1921 vormden de drie Prairie Provincies toch één van de grootste graanschuren ter wereld. De Depressie van de jaren 1930 viel samen met een periode van droogte. De graanprijs zakte door de bodem, en er volgde een periode van armoede.

Na Wereldoorlog II (1940-1945) ontwikkelde de olie-industrie zich snel, na verschillende rijke olie- en gasvondsten in Leduc, Redwater en Pembina. Er werden pijplijnen gebouwd naar de US en doorheen Canada, en neven-industrieën ontwikkelden zich. Edmonton werd een industrieel centrum en één grote raffinaderij, en Calgary werd een zaken- en financieel centrum.

In de jaren 1970 werden opnieuw grote aardgasvondsten gedaan. Gezien de enorme geldstroom die hiermee gepaard ging, ontstonden er snel stevige discussies tussen provinciale en federale regeringen, gebruikers en producenten over hoe deze grote koek moest verdeeld worden... In 1981 en na 10 jaar discuteren kwam er eindelijk een akkoord uit de bus dat iedereen tevreden stelde, maar vier jaar later zakte de internationale olie- en graanprijs ineen, en de provincie dook meteen in een depressie.

In 1988 kwam er enig economisch soelaas door de Olympische Winterspelen in Calgary.

~ ~ ~ ~