DE TALL GRASS PRAIRIE

~ ~ ~ ~

Eertijds bedekte dit soort prairie bijna het hele centrale deel van noord-Amerika. De vorming van heel de regio gaat terug tot het Permiaan tijdperk, ongeveer 250 miljoen jaar geleden. Na het opstulpen van de Rocky Mountains en het uitdijen van het binnenland, werd dit laatste bedekt door een onmetelijke binnenzee. Er werden diepe lagen kalksteen afgezet als deposito's, die op hun beurt werden bedekt door lagen zand.

Na het opdrogen van de binnenzee bleef er een onmetelijke vlakte over, waarop gaandeweg de hoge grassen groeiden, die de rijke voedingsbodem vormden voor de naar schatting 80 miljoen bizons, de Indianen die er zich mee voedden en andere diersoorten, die de bizons volgden.

Veehouderij

Tijdens en na de kolonisatie bleven er slechts weinig kolonisten-landbouwers in deze streek, aangezien de bodem te steil en rotsachtig is voor landbouw. Het laagje vruchtbare grond over de kalksteen is hier namelijk te dun om te kunnen ploegen. Landbouw wordt daarom grotendeels in het westen van de staat Kansas bedreven. Maar daarentegen veroorzaakt de kalksteen wel een grotere vochtigheid door het vasthouden van het regenwater, zodat dit land uitstekend geschikt was voor veehouderij.

In 1880 bouwde Stephen F. Jones, een succesvolle cattle-baron, de Z Bar/Spring Hill ranch. Ze bestond uit een woning met 11 kamers, een massieve barn of graanschuur in drie verdiepingen, een schooltje bestaande uit één leslokaal, en een ijskelder. Op de top van de heuvel was er een bron.

Tallgrass prairie foto 1 Tallgrass prairie foto 2
   
Tallgrass prairie foto 3 Tallgrass prairie foto 4

Tallgrass Prairie National Preserve

In 1994 werd deze ranch aangekocht door een privé-initiatief, de National Park Trust. Deze groep tracht natuurlijke rijkdommen te beheren die met uitsterven bedreigd worden, en ze voor het nageslacht te bewaren. De groep kocht (of kreeg - dit is vrij onduidelijk) van ene heer Bass, een steenrijke Texaanse vee-baron, een oppervlakte van ongeveer 11.000 acres of zo'n 4.500 hectaren, en beijverde zich om het allerlaatste stukje Tallgras Prairie in stand te houden!

Het preservaat telt maar liefst 450 soorten planten, 150 soorten vogels, 39 soorten reptielen en amfibieën en 31 soorten dieren. De panorama's over de glooiende heuvels zijn zeer mooi, en het zicht is praktisch ongeremd door struiken of bomen.

Om de vier jaar wordt zowat de hele oppervlakte afgebrand, hetgeen niet enkel de grond voedt, maar tevens de geïmporteerde struiken en bomen elimineert, die anders de oorspronkelijke flora zouden overwoekeren. Ook eertijds brandde de prairie regelmatig af door blikseminslag.

De Indianen merkten op dat na dergelijke prairiebranden de bizons in grote getale verschenen, om zich te voeden met de scheuten van het verse jonge gras. Samen met de bizons verschenen trouwens ook andere dieren zoals de zwarte beer, antiloop, cougar en wolf. Aangezien de Indianen leefden van de bizons, staken ze zelf regelmatig de prairie in brand.

Tallgrass prairie foto 5 Tallgrass prairie foto 6

Na het openstellen van de staat voor kolonisatie behoorde zowat de helft van de grond toe aan de federale regering en de spoorwegen. Aan die verhouding is actueel niet veel veranderd. De helft van de grond is in lokaal bezit, maar de andere helft behoort toe aan eigenaars van buiten de staat.

Er loopt nog steeds een flinke kudde runderen op het preservaat, waaronder ondermeer Hereford, Black Angus en Charolais-runderen. Texas Longhorns ziet men er niet, maar die kan men onderweg wel ergens bewonderen...

Lees verder over Kansas en the Flint Hills

~ ~ ~ ~