DE SLAG BIJ LITTLE BIGHORN - deel 3: het gevecht

deel 1 historische achtergrond
deel 2 Custer en de Gold Rush van 1875
deel 3 het gevecht

~ ~ ~ ~

De militaire campagne

Op 1 februari 1876 gelastte generaal Sheridan een militaire expeditie naar de Indiaanse gebieden. Generaal Crook zou vanuit Wyoming naar het zuiden gaan, colonel Gibbon vanuit Montana naar het westen trekken, en generaal Terry vanuit Dakota naar het oosten. Elke van de drie legereenheden was op zichzelf sterk genoeg om aan de Indianen het hoofd te bieden.

Sheridan had oorspronkelijk gepland dat Custer het derde leger zou leiden, maar na Custer's arrogante altercatie met president Grant werd besloten dat Custer met zijn 7de cavalerie deel zou uitmaken uit van de troepen onder leiding van generaal Terry. In besloten militaire kringen kende men de speciale relatie tussen Sheridan en Custer, maar zelfs de baas van Sheridan, generaal Sherman, was niet bepaald opgezet met Sheridan's keuze. Hij vroeg speciaal aan generaal Terry om Custer aan de leiband te houden.

Generaal Crook vertrok als eerste in maart met zowat 800 man, maar na een mislukte aanval keerde hij terug naar zijn vertrekpunt voor een reorganisatie van zijn eenheden, die tot in mei duurde. In April vertrok Colonel Gibbon met 450 man, en op 17 mei vertrok generaal Terry met 925 man. Ondanks het "presidentiële ongenoegen" was (door Sheridan ?) reeds vastgelegd dat niemand anders dan Wonderboy Custer de Indianen zou verslaan...

Op 29 mei vertrok Crook opnieuw, met deze maal 1.000 soldaten en daarbij nog 262 Crow Indianen, de aartsvijanden van de Sioux. Op 17 juni werden ze onverwachts aangevallen door de Sioux, en ware het niet van de Crows, zou zijn eenheid in de pan gehakt geweest zijn. Na 6 uur gevechten braken de Sioux hun aanval af. Crook voelde zich wel de "morele" overwinnaar, maar verkoos toch zijn expeditie te stoppen en op versterkingen te wachten. In tegenstelling met vorige malen, gingen de Indianen deze maal niet op de loop!

Toen het nieuws van de oorlog zich verspreidde, verenigden zowat alle stammen zich rond de ongekroonde koning Sitting Bull. Op 18 juni sloeg Sitting Bull zijn kamp op in Little Bighorn, met 400 tipi's en zowat 3.000 Indianen, waaronder 800 krijgers. Door de aankomst van bijkomende Indianen uit de reservaten zwol het kamp op zes dagen tijd echter aan tot 1.000 tipi's, met 7.000 Lakota (Sioux), Hunkpapa, Cheyenne, Crow, Arapaho, Oglala en Aricara, waaronder zo'n 1.500 tot 1.800 krijgers.

Op 21 juni beval generaal Terry, na ruggespraak met Sheridan (...), dat Gibbon langs een omweg naar Bighorn zou marcheren en onderweg zijn troepen vervoegen, om een eventuele vlucht van de Indianen naar het noorden tegen te houden. Custer zou rechtstreeks met zijn 7de Cavalerie naar Bighorn rijden en daar de Indianen aanvallen. Zijn troepen telden 645 militairen, uitgerust met moderne wapens en ondermeer drie Gatling-Guns, de zwaarste mitrailleurs van die tijd.

Custer's soldaten bestonden echter voor het grootste gedeelte uit kersverse immigranten, enkel aangetrokken door het maanloon van 13 $. De meesten van hen hadden nog nooit een militair gevecht meegemaakt, laat staan Indianen ontmoet. Zelfs schietoefeningen waren uit den boze, want het Amerikaanse Congres weigerde voor zulke trivialiteiten bijkomende fondsen vrij te maken. Dat was waarschijnlijk net iets te veel gevraagd voor gewoon "kanonnenvlees".

De slag

Op 24 juni 1876 vonden Custer's scouts de sporen van het Indiaanse kamp. Hij had echter geen idee van de sterkte van de vijandelijke troepenmacht, en rekende nog steeds op de oude militaire informatie van maximum 800 krijgers. Verder waande hij zich onoverwinnelijk, met zijn betere uitrusting en de herinneringen aan voorgaande slachtpartijen, waarbij de Indianen praktisch zonder verzet werden afgemaakt. Hij marcheerde zijn troepen heel de nacht door naar het Indiaanse kamp.

In de morgen van 25 juni berichtten zijn Crow scouts dat de Indiaanse troepenmacht veel sterker was dan voorzien. Custer geloofde ze echter niet en ontsloeg hen op staande voet. Zijn enige bekommernis was dat de Indianen misschien zouden kunnen vluchten, en hem zo zijn glorie afsnoepen. Hij beval een onmiddellijke aanval, zonder enige tactische informatie en met een dodelijk vermoeid regiment. Hij splitste zijn regiment op in 3 bataljons, met majoor Reno (140 man), kapitein Benteen (150 man) met de voorraden en de munitie, en hij hield zelf 225 man cavalerie over.

Majoor Reno kreeg het bevel om het Indianendorp aan te vallen, en de rest van het regiment zou hem ondersteunen. Maar de Indianen vluchtten deze maal niet weg, maar namen de wapens op en verdedigden zich fel. Reeds 10 minuten later kwam zijn bataljon in nauwe schoentjes te staan.

Little Bighorn : het gevecht 1 Little Bighorn : het gevecht 2

Majoor Reno trok zich terug in een nabijgelegen bos, maar zelfs daar was hij niet meer veilig. Hij trok derhalve het overschot van zijn troepen terug naar een heuvel. Na één uur gevechten telde hij 40 doden en 13 gewonden. De Indianen braken hun aanval echter af en verdwenen plotseling.

Custer had intussen vernomen dat de Indianen zich fel verdedigden en dat ze niet vluchtten. In plaats van Majoor Reno te ondersteunen, leidde hij zijn troepen verder westelijk naar een volgende heuvel, en zag voor de eerste maal het uitgestrekte Indiaanse kamp. Kapitein Benteen was intussen met de voorraden in de modder vastgelopen, en Custer zond hem een boodschap om zo snel mogelijk af te komen, "want er waren veel Indianen". Hij wachtte op de heuvel op de versterkingen van Benteen, maar werd zelf ook aangevallen. Custer's bataljon werd vastgepind op Last Stand Hill, en op een half uur tijd werden ze volledig uitgeroeid.

Wij merkten op dat de top van de heuvel een totaal onbeperkt zicht verleent op de hele omgeving. Hoe konden de Indianen dan Custer's troepen ongezien benaderen? Wel, in 1876 groeide het prairie gras dermate hoog, dat het tot aan de buik van de paarden kwam. Hierdoor hadden de Indianen een perfecte camouflage om ongezien te kunnen sluipen. Dit betekent tevens dat het toenmalige klimaat een stuk beter moet geweest zijn dan op heden.

Benteen vervoegde intussen het overschot van Reno's troepenmacht, en zij namen posities in op de top van een andere heuvel. Om 21.00 u viel de nacht en eindigde het gevecht. De volgende dag werden ze opnieuw bestookt door de Indianen, maar ze hadden intussen een betere defensieve positie opgebouwd. Om 19.00 u braken de Indianen hun aanval af en verdwenen.

De volgende dag kwam generaal Terry aan om de rest van Custer's regiment te ontzetten. De verliezen waren hoog met 263 doden, waaronder de flamboyante Custer, en 60 gewonden. Aan de zijde van de Indianen waren zo'n 300 doden gevallen.

De gevolgen

Het nieuws van de verloren veldslag en de dood van Custer sloeg in de oostelijke staten in als een bom. In de media steeg het aantal Indiaanse krijgers natuurlijk met sprongen tot 3.000, en later zelfs tot 9.000, zodat de "heldendood" van Custer nog dikker in de verf kon gezet worden...

Het Amerikaanse publiek werd deskundig gemanipuleerd en reageerde heftig op het tragische verlies van 263 soldaten tijdens een militaire actie. Niet verwonderlijk was er voordien nochtans nooit enige publieke reactie gekomen bij de vele bloedige moordpartijen, waarbij duizenden Indianen werden gedood. Het beeld van de heldhaftige Amerikaanse soldaten die overweldigd werden door de gehate Indianen maakte een diepe indruk op de massa.

 Little Bighorn 3

 Little Bighorn 4

De Indianen hadden dan wel deze slag gewonnen, maar de reactie was ongemeen hevig. Generaal Sheridan kreeg carte blanche om een militair regime in te stellen, en nieuwe troepen werden in massa aangevoerd. De Black Hills, nochtans bij verdrag Indiaans eigendom, werden onmiddellijk "geannexeerd" door de regering, wat een mooier woord is dan "gestolen"... Alle Indiaanse stammen verloren bovendien onmiddellijk al hun "niet-toegewezen gebied" (alhoewel eveneens toegekend bij getekend verdrag), en ze werden manu militari in reservaten gedwongen.

De Indianen legden zich niet bij deze dictaten neer, en ze zetten het gevecht voort. Crazy Horse gaf zich uiteindelijk over in 1877, en zes maanden later werd hij "per ongeluk" doodgeschoten. Sitting Bull hield het wat langer uit tot in 1881, maar in 1890 werd hij eveneens "per ongeluk" doodgeschoten...

~ ~ ~ ~