DE SLAG BIJ LITTLE BIGHORN - deel 2: Custer en de Goldrush van 1875

deel 1 historische achtergrond
deel 2 Custer en de Gold Rush van 1875
deel 3 het gevecht

~ ~ ~ ~

George Armstrong Custer : een stormachtige militaire carrière

Op 33-jarige leeftijd was George Armstrong Custer reeds een nationale volksheld. Afgestudeerd in de militaire Academie van West Point (alhoewel slechts als laatste van zijn klas...), kwam hij in 1861 in de Amerikaanse burgeroorlog terecht als tweede luitenant. In een luttele twee jaar klom hij op tot de rang van brigade-generaal! Van een rijzende ster gesproken... Op het einde van de oorlog, op 25-jarige ouderdom, was hij majoor-generaal, met ettelijke successen op zijn palmares als leider van de Derde Cavalerie Divisie.

Voor de massa werd dit natuurlijk voorgesteld als het resultaat van zijn scherp intellect, het totaal onbevreesd zijn in het gevecht, en zijn briljante leiderskwaliteiten! Indien men echter een beetje dieper op de (schaarse...) documentatie ingaat, stelt men al snel vast dat hij een persoonlijke protégé van generaal Sheridan was, zijn overste in Fort Lincoln. Door zijn klasgenoten en mede-officieren werd Custer echter omschreven als "roekeloos, brutaal, arrogant, egoïstisch, immoreel en onvolwassen".

Na de oorlog werden vele generaals van de noordelijke vrijwilliger-legers gedecommissioneerd, en meteen wordt ook duidelijk hoe zulk een stormachtige carrière eigenlijk tot stand was gekomen. Custer behield wel ten persoonlijken titel het brevet van generaal-majoor van de vrijwilligers, maar in het reguliere leger was hij intussen slechts tot kapitein opgeklommen! Zo lang men buiten het normale kader vertoeft, kraait immers geen haan naar de promoties...

Verwezenlijkingen na de oorlog

Dezelfde "bevriende hand boven het hoofd" zorgde er echter voor dat hij in 1866, bij een "reorganisatie" van het leger, benoemd werd tot luitenant-kolonel van het nieuw opgerichte 7de Cavalerie Regiment. Dat hij daarbij galant over de rangen van commandant en majoor heen sprong was louter toevallig... Precies even toevallig was de full-kolonel van het regiment bovendien net "uitgeleend" aan een ander regiment, zodat de "vroegere kapitein" Custer in feite aan het hoofd van een regiment stond!

Zijn grootste "heldendaad" in deze periode was het afslachten van een niets-vermoedende vroegere bondgenoot, de Oklahoma Cheyennes in 1868. In opdracht van (steeds dezelfde...) generaal Sheridan overviel hij in de vroege morgen een slapend Indianendorp, en vermoordde Chief Black Kettle en meer dan 100 Cheyennes; mannen, vrouwen en kinderen.

Een niet zo prettige overweging is dat de Cheyennes Custer eigenlijk als "familie" beschouwden, vermits hij naast zijn wettige (blanke) echtgenote tevens een kind had met een Cheyenne squaw. Tijdens voorgaande ontmoetingen met de Cheyennes had Yellow Hair Custer dure eden gezworen als "broeder", en beloofd dat hij nooit tegen hen de wapens zou opnemen. Deze eden werden bezworen met de traditionele calumet of vredespijp.

Goudvondsten

In 1874 ontstonden er geruchten dat er goud te vinden was in de Black Hills, midden in het Sioux-gebied. Het leger had hoegenaamd geen interesse in goud (tenminste niet voor het grote publiek), maar generaal Sheridan wenste plotseling en toevallig op deze plaats een fort te bouwen. Hij bekwam de toelating om hiervoor een militaire expeditie naar het gebied te sturen, en al even toevallig waren daar ook twee mijningenieurs bij.

Sheridan stuurde zijn protégé Custer om de expeditie te leiden, en deze vond inderdaad de geschikte plaats voor een fort, dat in 1878 zou gebouwd worden als Fort Meade. Maar de belangrijkste vondst van de expeditie, alhoewel niet bedoeld voor het publiek, was dat er inderdaad goud was in de Black Hills!

Het nieuws werd toevallig uitgelekt naar de media, en binnen de kortste keren stonden mijnwerkers en goudzoekers aan te schuiven om naar het Sioux-gebied te vertrekken. In 1875 waren er reeds verscheidene mijnwerkerskampen opgericht, alhoewel het leger zogezegd "al het mogelijke deed" om ze tegen te houden.

Eigenaardig genoeg kon het leger namelijk wel duizenden zwaar gewapende Indianen controleren, maar scheen het niet bij machte om enkele honderden goudzoekers in toom te houden...

George Armstrong Custer
General Sheridan
George Armstrong Custer
General Sheridan

Geschonden verdragen

De regering trachtte de Black Hills van de Indianen te kopen, maar na de opeenvolging van verbroken verdragen, leveringen van bedorven voedsel en geïnfecteerde waren, en volslagen corrupte Indian Agency Officials, was voor de Indianen de maat vol. Sitting Bull weigerde categoriek nog wat dan ook te verkopen.

President Grant besloot dan maar officieel de ogen te sluiten voor de verdragsschendingen, en de goudzoekers "niet meer tegen te houden". Wat de waarde van een Amerikaans verdrag illustreert... Als onverwachte bonus bij zijn verdragsbreuk, beval hij in december 1875 dat alle Indianen die op 31 januari 1876 niet in de reservaten zaten, beschouwd zouden worden als "hostile" (vijandig), en ze mochten dan met geweld door het leger verhuisd worden.

Nu is de winter in Montana bepaald extreem, met temperaturen tot min 40° en een sneeuwtapijt van één meter dik, van einde september tot in april. Dit feit werpt een eigenaardig licht op zijn bevel en de datum van uitvoering. Zelfs indien de Indianen dit wilden, konden ze met de beste wil van de wereld nooit tijdig de reservaten bereiken!

Lees verder met deel 3

~ ~ ~ ~