DE SLAG BIJ LITTLE BIGHORN - deel 1: historische achtergrond

deel 1 historische achtergrond
deel 2 Custer, en de Gold Rush van 1875
deel 3 het gevecht

~ ~ ~ ~

Als de legende een feit wordt...

De Slag bij Little Bighorn, hoewel deze slechts een lokale schermutseling was in een desolaat gebied, werd dermate legendarisch, dat hij zelfs bekend werd in Europa. Het verhaal van de heroïsche generaal, die slechts een ietsje te kort schoot om duizenden bloeddorstige Indianen te verslaan, ontroerde generaties in de hele westerse wereld.

Toen we Harding bezochten in Montana, leken nochtans een aantal feiten en aspecten niet helemaal overeen te stemmen met de "officiële " geschiedenis. Wat voldoende was om ons verder te zoeken,het museum van het slagveld te bezoeken, te praten met de lokale indianen, verschillende publicaties te lezen, en alles wat beschikbaar was op het internet op te graven. Dat leidde me onvermijdelijk nog verder terug in de geschiedenis, om het begin op te sporen... Tenslotte bracht ik al deze informatie samen.

Het resultaat is wel enigszins uitgebreid geworden, maar nochtans vrij interessant! De naakte feiten blijven natuurlijk hetzelfde, maar de interpretatie van de gebeurtenissen die leidden tot deze tragedie geven uiteenlopende standpunten te zien. Ik hoop alleen dat ik niet op zere tenen trap, want legendes hebben de neiging nogal hardnekkig te zijn...

Als de legende een feit wordt, verspreidt dan de legende !

Het verdrag van Fort Laramie in 1868

Vóór de jaren 1860, en volgens de verdragen van 1851 en 1855, bezaten de Teton Sioux en de Cheyennes jachtgronden in Montana, Wyoming, Noord-Idaho en Dakota. Ze leidden er een nomaden-bestaan, en de vruchtbare prairiegrassen vormden een uitstekende bodem voor hun primaire voedselbron, de bizon. Geleidelijk aan werden ze echter naar het noorden opgejaagd door goudvondsten in Montana en Idaho. De Indianen boden weerstand tegen deze schendingen, en vielen (illegale) mijnwerkers en kolonisten aan. In 1860 werden ze een eerste maal aangevallen door federale troepen.

De Secessie-oorlog (1860-1865) verleende hen een poosje respijt, maar na deze oorlog kwamen de goudzoekers en kolonisten opnieuw opdagen, aangevoerd door nieuwe spoorwegen, stoomschepen op de Mississippi rivier en huifkarren. Ze trokken over de Bozeman Trail pardoes doorheen de Indiaaanse jachtgronden, met een onstuitbare moordlust op deze dieren, enkel voor het plezier. Het leger bouwde drie forten in Sioux gebied om deze "reizigers" te beschermen.

In 1886 slaagde de uitzonderlijke Oglala hoofdman Red Cloud er in om eindelijk zowat alle stammen te verenigen in de strijd tegen de blanke uitbreiding. Ook een andere figuur rees op uit de massa, de Oglala Crazy Horse, die in hetzelfde jaar het huzarenstukje uithaalde om 80 soldaten uit Fort Kearny te lokken, en ze dan in een hinderlaag te laten lopen. Dat was wel een briljante tactiek, maar zijn strategie was zeker voor verbetering vatbaar... Het leger moest uiteindelijk bakzeil halen en zijn forten verlaten.

Dit werd 1868 formeel vastgelegd in een (zoveelste) verdrag, het verdrag van Fort Laramie. De bedoeling van de federale regering was hen in te sluiten en aldus onder controle te houden. Dit verdrag legde "eeuwigdurend" de gebieden van de Sioux vast van South Dakota tot de Big Horn Mountains in Montana als Indiaans gebied, volledig vrij van witte kolonisten, en stipuleerde dat zij als tegenprestatie voldoende voedsel zouden bekomen, naast andere gebruiksgoederen.

Bovendien zou de Bozeman Trail afgesloten worden, werd heel het "niet-toegewezen territory" van South Dakota tot aan de Big Horn Mountains in Montana vrij van blanke kolonisten verklaard, en de Sioux mochten er ongestoord jagen.

Ongeveer 15.000 Sioux, waaronder Red Cloud, kozen voor de gratis voedselpakketten en trokken naar het reservaat in South Dakota. Een andere groep van 3.000 Sioux en 400 Cheyennes weigerde echter naar het reservaat te gaan, en ze bleven gewoon verder jagen op de gronden van hun "niet-toegewezen territory".

"Vrije" Indianen

Sitting Bull

Tussen al die verschillende stammen rees er opnieuw een sterke figuur, de Hunkpapa hoofdman Sitting Bull.

Deze uitzonderlijke persoonlijkheid had zijn militaire sporen reeds verdiend in de veldslagen van 1865, maar had zijn invloed sedertdien verder uitgebreid naar politieke en spirituele gebieden. Hij geloofde rotsvast in de Indiaanse traditionele waarden en veroordeelde zijn rasgenoten in de reservaten voor hun slaafsheid omwille van "een stukje spek, wat suiker en wat koffie".

Alhoewel het stamverband van de Indianen erg sterk was, keken vooral de jongere strijders naar hem op wegens zijn superieur intellect en zijn sterk persoonlijk magnetisme. Zowel voor de Indianen als de blanken werden de "vrije" Indianen meer en meer vereenzelvigd met Sitting Bull.

Ze waren nochtans een doorn in het oog van de federale regering omdat ze een thuishaven boden aan ontevreden Indianen uit de reservaten, geen respect hadden voor de Agency Officials (Agenten voor de Indianen) en niet steeds in hun gebieden bleven.

Tussen haakjes, deze Indian Agency Officials werden doorgaans aangesteld door "vrienden van politieke vrienden", en ze verdienden schatten door corruptie, bedorven voedsel en doodgewone diefstal... De federale regering keek bovendien ook reikhalzend uit naar het beste ogenblik om de "niet-toegewezen territories" af te schaffen en het hele gebied op zijn bil te kunnen slaan!

De regeringspolitiek

Na de Secessie-oorlog bestuurde het driemanschap van het winnende team de USA, met Ulysses S. Grant als president, generaal William Sherman als hoofd van het US Army, en generaal Philip Sheridan als hoofd van de Military Division of the Missouri. Sherman had nota bene zelf het verdrag van 1868 onderhandeld, maar reeds in 1870 schreef hij aan Sheridan dat hij het niet als "sacrosanct" beschouwde, want dat de Indianen zich uiteindelijk hadden overgegeven...

De meeste legerofficieren dachten dat het Indianenprobleem zichzelf wel zou oplossen, en er wenden een paar laaghartige "trucjes" aangewend om die oplossing wat "te bespoedigen"... Zo werden de bizons verder op grote schaal uitgeroeid, het beloofde voedsel bestond uit legerrantsoenen van de Secessie-oorlog (van 1865...), dat gewoonlijk volledig bedorven was eer het toekwam, en zoveel mogelijk Indiaanse paarden werden gedood. Een bijkomend en bijzonder sadistisch trekje was het verschaffen van dekens, die vooraf echter besmet werden met de pokken, zodat hierdoor reeds zowat twee derde van de Indianen stierf...

Zo gauw de bizons verdwenen, zouden de Indianen geen andere keuze meer hebben dan naar de reservaten te trekken. De recente goudvondsten doorkruisten echter hun koele planning voor een onverbloemde volkerenmoord. De goudzoekers en de kolonisten kwam namelijk sneller aan dan verwacht, en de Indianen wilden maar niet uitsterven!...

De grootste politieke druk kwam van de machtige spoorwegmaatschappijen, die nieuwe spoorlijnen wilden, de gratis gronden die er bij kwamen, en de nodige kolonisten om beide te betalen. Deze bedrijven werden gesteund door zeer invloedrijke financiële investeerders.

Tussen 1871 en 1873 werden verschillende spoorweg-expedities uitgezonden naar het Indiaans gebied. Volgens het verdrag waren spoorwegen wel toegelaten, maar de komst van de blanken veroorzaakte onvermijdelijk incidenten. De leider van het Cavalerie escort in 1873 was de jonge officier Lt. Col. George Armstrong Custer.

** Lees verder met deel 2 **

~ ~ ~ ~