GENERAL MOTORS - deel 2: van 1945 tot 2010

~ ~ ~ ~

Dit is een uittreksel van mijn artikel, met kleine foto's. Je vind het volledige artikel met beschrijving en grote foto's in mijn e-book View America: North East 1

In de serie reisverhalen VIEW AMERICA beschrijft dit boek Michigan en Wisconsin. Elke staat wordt beschreven met een korte historische achtergrond en zijn belangrijkste bijzonderheden, landschappen en toeristische attracties.

Het is geen traditioneel reisverhaal, maar een niet-commerciële en min of meer objectieve kroniek van een diepgaande exploratie van deze staten. Mijn boek beschrijft geen logies, restaurants of entertainment, behalve wanneer deze deel uitmaken van het verhaal. Het is geïllustreerd met meer dan 100 full-size foto's.

~ ~ ~ ~

Na-oorlogse productie

In 1945 opende Buick terug zijn deuren voor het publiek, en werden de lijnen terug omgeschakeld naar de productie van "gewone" auto's. In 1946 bracht GM super-moderne auto's uit, met briljante nieuwigheden zoals een automatische versnellingsbak, power steering, power brakes, air conditioning en veiligheidsriemen. In 1953 introduceerde Chevrolet de Corvette sportwagen, de eerste massaproductie-wagen met een koetswerk in fiberglas.

De ongelooflijke groei van GM zou voortduren tot in de jaren 1970, toen het 349.000 arbeiders in dienst had in 150 assemblage-fabrieken!

De afgang van de Amerikaanse autoindustrie

De verkoop van GM piekte tot in 1960, toen Europese en Japanse autobouwers roet in het eten gooiden. Hun eerste modellen waren misschien niet veel soeps qua design, maar ze waren wel robuust en goed gemaakt, daar waar hun Amerikaanse tegenhangers nog slechts aaneen hingen met ijzerdraad, en een bedroevende kwaliteit hadden.

In 1965 nagelde de Amerikaanse consumenten-verdediger Ralph Nader deze archi-slechte kwaliteit aan de schandpaal, en pakte hij in het bijzonder het General Motors Corvair model hard aan, de eerste Compact Car. De Amerikaanse autobouwers reageerden vrij snel, maar in 1963 hadden de buitenlandse fabrikanten reeds 10% van de Amerikaanse markt in handen, hetgeen in 1970 verdubbelde tot 20%.

In 1973 kreeg de Amerikaanse auto-industrie een nieuwe opdoffer met het Arabische olie-embargo. Het grote publiek ruilde meteen zijn gulzige Amerikaanse benzine-slikker om voor een kleinere en meer efficiënte ingevoerde wagen, die bovendien minder vervuilend was. Alle Amerikaanse fabrikanten waren bijzonder traag om op dat laatste, nochtans gevoelige punt in te pikken.

In 1977 bouwde GM een nieuw hoofdkwartier in Detroit, het prachtige Renaissance Center.

Buick Electra Ltd Park Avenue 1977

GM Renaissance 1977

De afgang van General Motors

GM verloor nadien doorlopend marktaandeel, van 45% in 1981 tot 35% in 1989. Tienduizenden werknemers werden ontslagen, fabrieken werden gesloten, maar de trend bleef onomkeerbaar.

GM gaf uiteindelijk toe aan de vakbonden in 1990, en stelde een programma op waarbij arbeiders betaald werden, zelfs indien fabrieken niet werkten! Dit verplichtte hen wagens en vrachtwagens te bouwen, die niet te verkopen waren zonder torenhoge kortingen. Tussen 1990 en 1992 verloor GM nogmaals 30 miljard dollar!

In 1992 vloog heel de beheerraad van GM aan de deur, en de nieuwe raad zette een uiterst strenge en volledige herstructuratie in. In 1993 werd eindelijk opnieuw winst geboekt. Maar GM wilde niet overschakelen van grote en winstgevende voertuigen naar kleine, minder winstgevende wagens, zelfs toen de consument minder verbruik vroeg, en de prijs van benzine stevig begon te stijgen.

De teloorgang van Flint

logo Flint

Het resultaat voor de stad Flint, de wieg van GM, was desastreus.

Tienduizenden werknemers verloren hun baan. Maar de oppermachtige vakbonden behielden hun ijzeren greep op het bedrijf, en zetten de arbeiders aan elk ander werk of een lager loon te weigeren.

Op termijn was het resultaat van deze struisvogelpolitiek niet meer of niet minder dan de ondergang van de werknemers, het bedrijf, de toeleveringsbedrijven, de werkgelegenheid, de vakbonden, en tenslotte van de hele stad Flint.

Recente geschiedenis

GM was 's werelds grootste autoconstructeur van 1931 tot 2008, waarna het werd voorbij gestoken door Toyota. In de herfst van 2008, na een hele serie zware besparingen, was GM op de rand van het bankroet. In December kreeg het 9 miljard dollar als federale steun, op bevel van President George W. Bush. In Maart 2009 ontsloeg President Obama GM's CEO Rick Wagoner, hij verwierp het restruktureringsplan van het bedrijf, en dwong het te verschijnen in de rechtbank van koophandel.

Op 10 Juli 2009 was de bankruptcy procedure voltooid, waarbij GM zijn goede activa verkocht aan NGMCO Inc. Merken zoals Chevrolet, Cadillac en GMC werden in de nieuwe maatschappij ondergebracht, die later hernoemd werd tot General Motors Company. De grootste aandeelhouders zijn de federale en de Canadese regering met 60%, een health care trust voor de United Auto Workers union, en de schuldeisers kregen de rest.

Merken zoals Saturn, Hummer en Pontiac werden gestopt of verkocht. Loonkosten werden drie maal lager, van 16 miljard in 2005 naar 5 miljard dollar. Tot Oktober 2010, verkocht GM ongeveer 2,2 miljoen voertuigen in de USA, of ongeveer de helft van in 2005, toen het 10,6 miljard dollar verloor. Het bedrijf meldde een winst van 4,2 miljard dollar over de eerste drie kwartalen van 2010.

Op 18 november 2010 bracht GM de grootste initial public offering (IPO) uit in de geschiedenis, en scharrelde zo 23,1 miljard dollar bijeen met een beginprijs van $ 35 per aandeel. In 2012 viel de prijs van het aandeel onder de19 $, maar meer recent klom het weer naar 33 $.

Het belang van de Treasury Department werd gaandeweg verminderd tot 26%, en in 2013 verkocht de overheid haar laatste aandelen. De Amerikaanse regering (lees de Amerikaanse belastingbetaler...) verloor ongeveer 10,5 miljard dollar op haar volledige investering van 49,5 miljard dollar.

Video : GM Robot Super Bowl XLI Commercial

~ ~ ~ ~