DURHAM, North Carolina: het centrum van de tabaksindustrie

~ ~ ~ ~

Dit is een uittreksel van mijn artikel, met kleine foto's. Je vind het volledige artikel met beschrijving en grote foto's in mijn e-boek View America: South Atlantic - Deel 1

In de serie reisverhalen VIEW AMERICA beschrijft dit boek de staten Florida, South Carolina en North Carolina. Elke staat wordt beschreven met een korte historische achtergrond en zijn belangrijkste bijzonderheden, landschappen en toeristische attracties.

Het is geen traditioneel reisverhaal, maar een niet-commerciële en min of meer objectieve chroniek van een diepgaande exploratie van deze staten. Mijn boek beschrijft geen logies, restaurants of entertainment, behalve wanneer deze deel uitmaken van het verhaal. Het is geïllustreerd met meer dan 200 full-sized foto's.

~ ~ ~ ~

De oorsprong van Durham

Durham in North Carolina is een stad met een lang verleden. Oorspronkelijk woonden op deze plaats twee Indiaanse Sioux-stammen, de Eno en de Occaneechi. Het plaatsje Adsusheer lag pal op de grote Indiaanse handelsroute. In 1701 werd het gebied door ontdekkingsreiziger John Lawson uitgeroepen tot "de bloem van de Carolina's" en horden Schotten, Ieren en Engelsen vestigden er zich op het grondgebied van John Carteret, dat deze gekregen had van de Engelse koning Charles I, vandaar trouwens de naam Carolina.

Immense plantages werden opgericht voor het telen van groenten, granen en tabak. De Bennehan en Cameron families bezaten zo'n 12.000 hectare plantages, en stelden ongeveer 900 zwarte slaven te werk. In het centrum van dit gebied lag in 1860 de Stagville Plantation, met haar 1.620 hectare acres zowat de grootste plantage in het zuiden. De naam Durham komt van Dr. Bartlett Durham, die in 1849 land aan de spoorweg schonk om er een station te bouwen.

Het was in zuid-Durham dat in 1865 generaal Johnston de zuidelijke overgave aan de noordelijke generaal Sherman ondertekende, wat het einde van de burgeroorlog betekende. De legende wil dat soldaten van de beide legers de wapenstilstand vierden door het roken van de plaatselijke Bright Leaf tabak. Deze beviel hen zó goed dat de lokale landbouwer Washington Duke resoluut overschakelde op de tabaksteelt, en zich meer concentreerde op de verkoop van de lokale tabak over heel Amerika.

Hij bouwde een fabriekje om met de hand tabaksproducten te vervaardigen en gaf ze de naam Pro Bono Publico (voor het publieke welzijn...). De verkoop steeg opzienbarend, mee uitgedragen door de soldaten naar het industriële noorden, zodanig dat ze 9 jaar later aan hun derde fabriek toe waren... In 1884 bouwden ze de eerste fabriek waar sigaretten machinaal vervaardigd werden, en het geld stroomde nu gewoon binnen!

Deze beslissing maakte North Carolina tot het centrum van de tabaksindustrie, en zou uitmonden in een van de grootste Amerikaanse bedrijven (American Tobacco, Liggett & Meyers, R.J. Reynolds en P. Lorillard). Ze vormde tevens de basis van het familiefortuin van de Dukes.

De kinderen van Washington Duke diversifieerden naast de tabak al snel op textiel en elektriciteit, maar werden tevens weldoeners voor scholen, universiteiten en musea. Tabak is trouwens nog steeds het belangrijkste exportproduct van North Carolina.

Afrikaans-Amerikaanse ontwikkeling

In 1898 stichtte de Afrikaans-Amerikaanse John Merrick de North Carolina Mutual Life Insurance Company, die tot op heden de grootste en oudste Afrikaans-Amerikaanse levensverzekering-maatschappij is. In 1907 werd de Afrikaans-Amerikaanse M&F Bank opgericht (Mechanics and Farmers), die uitgroeide tot één van de grootste "zwarte" banken. In de Durham Parrish street werden trouwens dermate veel nieuwe Afrikaans-Amerikaanse bedrijven opgericht dat deze straat weldra bekend werd als "Black Wall Street"...

~ ~ ~ ~