THE COPPER KINGS

~ ~ ~ ~

Butte, Montana

De stad Butte heeft een rijk verleden, en dat is dan letterlijk op te nemen, gezien de aanwezigheid van the Richest Hill on Earth. De stad ontstond zoals zoveel andere mijnstadjes door de Goldrush van de jaren 1860. Maar vanaf 1870 gaf de goudontginning, door het ecologisch afschuwelijke procédé van hydraulisch wegspuiten van de aarde van hele heuvels, steeds minder opbrengst.

De meeste mijnwerkers verhuisden naar andere oorden, maar een paar bedrijven probeerden een andere manier te ontwikkelen om goud, zilver, koper, mangaan, zink en lood uit het kwarts-erts te ontsluiten. Tien jaar lang hield enkel nog de zilveropbrengst de stad in leven. Maar in 1880 vielen vier belangrijke gebeurtenissen samen.

Mijnwerkers stootten op de rijkste koperader die ooit werd gevonden.
Nieuwe smelt-technieken maakten het delven van koper en andere metalen winstgevend.
De spoorwegen bereikten Butte, en
De ontwikkeling van elektriciteit en telecommunicatie noodzaakte miljoenen kilometers koperdraad!

Butte ontwikkelde zich op slag tot een mini New York, met theaters, luxe hotels, de beste restaurants, paardenrennen, gokken en een prachtig amusementspark.

De drie Copper Kings

Rijke koperbaronnen vochten jarenlang met elkaar voor meer macht en rijkdom. Ze werden de Drie Copper Kings genoemd. William A. Clark was de eerste, de laatste en de rijkste van het beruchte trio, Marcus Daly richtte de Anaconda mijn op en Fritz Heinze, een vroegere surveyor van Daly, werd baron nummer drie.

William Clark & Marcus Daly
Fritz Heinze
Clark and Daly
Heinze

Alhoewel ze alle drie multimiljonair waren, bekampten ze mekaar levenslang en namen het zeker niet te nauw met de eerlijkheid, laat staan met de wettelijkheid. Ondergronds werd er "per ongeluk" al dikwijls onder de grond van een concurrent gegraven. Toen liet de wet toe, eigenaardig genoeg, een winstgevende ertsader te volgen, zelfs onder andermans grond!

Vooral Heinze was er sterk in om gronden te kopen naast deze van Daly, en dan ondergronds naar diens erts te graven... Beschikte hij misschien niet over de gave om zelf goede prospecten te vinden, dan had hij wel alle plaatselijke rechters en advocaten in zijn portefeuille zitten, zodat processen tientallen jaren bleven aanslepen, tot de adererts helemaal uitgemolken was. Toen in 1905 deze absurde wet werd veranderd, verkocht hij heel zijn boeltje en verhuisde naar New York.

De verdere ontwikkeling van Butte

Wereldoorlog I "hielp" sterk de ontwikkeling, vermits de wapenindustrie smeekte om koper. In 1920 telde de streek méér dan 200 mijnen, en was de bevolking gestegen tot 100.000 inwoners. De welvaart groeide tot in de jaren 1950, toen de verminderende kwaliteit van het erts en de concurrentie van andere mijnen leidde tot het ombouwen van ondergronds mijnen naar open put miinen. Dit verzegelde het einde van verdere ontwikkeling in Butte.

Nadien verloederde de stad echter compleet, en vandaag zien de postkaarten en de magazine-foto's er een heel stuk beter uit dan de werkelijkheid! Nochtans doet het plaatselijke Tourisme Bureau zijn uiterste best om elke bezienswaardigheid aan te prijzen.

Een voorbeeldje. In 1917 brak er brand uit in een mijn, en 168 mijnwerkers kwamen jammerlijk om. De plaatselijke documentatie schrijft dat er in 1996 een memorial werd gebouwd om deze ongelukkige mijnwerkers te eren en in de herinnering te houden. Dit is zeker een nobel initiatief, maar sceptici kunnen zich de vraag stellen waarom dit pas 80 jaar later geschiedde, en tevens betreuren dat de plaatselijke belastingbetalers voor de kosten van dit monument moesten opdraaien, en niet diegenen die enorme fortuinen vergaarden met het werk van deze mijnwerkers!

** Lees meer over ons bezoek aan Butte **

~ ~ ~ ~